Annie Heimans lust nog graag een gebakken visje

Veel Wolfskuulers komen oorspronkelijk uit de Benedenstad. Ze verhuisden toen de gemeente haast begon te maken met de krotopruiming in de Onderstad. Dat gold niet voor Annie Heimans-Indenbosch. Haar geboortehuis aan de Kloosterstraat staat er nog steeds. ‘Ik ben van mei 1939,’ begint Annie. ‘Vlak voor de oorlog, maar daar heb ik geen herinneringen meer aan. Ik was de op één na jongste in een gezin van tien kinderen. Dat was passen en meten in een huis met drie slaapkamers, want opoe woonde ook nog bij ons in. Die sliep bij de meisjes op de kamer. Het gebeurde wel eens dat familie uit Bemmel bleef overnachten. Dan moesten er nog eens drie of vier slaapplaatsen bij gecreëerd worden. Hoe weet ik niet, maar het lukte altijd.’

Stoppentent

Haar vader was kaaisjouwer. Vooral tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog sleepten en sjouwden zij vrachten tot wel tachtig kilogram van de lossende schepen naar de kade. Een zwaar beroep en slecht betaald. Na de oorlog werd hun werk overgenomen door de hijskranen. ‘Met tien kinderen is het dan geen vetpot, maar ik kan niet zeggen dat ik ooit iets te kort ben gekomen. Ik was een lief en gehoorzaam meisje. Ik haalde weinig kattenkwaad uit, dat is toch meer iets voor jongens. ‘s Avonds moesten we altijd om half negen thuis zijn. Dan riep opoe ons naar binnen. Op de Nieuwe Marktstraat ging ik naar de lagere school en toen ik veertien jaar was, moest ik gaan werken in de stoppentent, zo noemden we de stoppenfabriek tegenover de Centrale aan de Waalkade. Daar werkten veel meisjes zoals ik. Saai en eentonig werk, maar echt vervelend heb ik het nooit gevonden. Ik zat vooraan en kon mooi naar buiten kijken. Daar heb ik zes jaar tot aan mijn trouwen gewerkt.’

Vishandel Mallo

‘Co Heimans was mijn eerste vriendje en die is meteen gebleven. Ik geloof dat ik hem eerst niet zo zag zitten,’ lacht Annie, ‘maar het kwartje is uiteindelijk toch gevallen. Hij was een paar jaar ouder dan ik en opgegroeid in de Ericastraat en later woonde zijn familie op de hoek van de Varenstraat en de Wolfskuilseweg. Uitgaan deden we niet. Daar was geen geld voor. We gingen vaak wat wandelen, het enige vertier was de kermis één keer per jaar. Ze waren wel kritisch bij ons thuis, maar Co werd meteen geaccepteerd. Hij had een baan en verdiende, dat was het belangrijkste. We hebben drie, vier jaar verkering gehad en zijn in 1959 getrouwd. De bruiloft was aan de Kloosterstraat. We hadden meteen een huis. Co werkte bij vishandel Mallo aan de Jan van Galenstraat in Bottendaal. Die ritselde bij de woningbouwvereniging een bovenhuis aan de Michiel de Ruyterstraat, in het laatste blok richting de Graafseweg. We betaalden 36 gulden per maand voor de huur.’

Waalstraat

‘Ik had het er naar mijn zin. We hebben er tien jaar gewoond, maar het was wel erg klein. We hadden maar één slaapkamer en daarom verhuisden we in ’69 naar de Waalstraat in het Waterkwartier. Daar zo’n twaalf jaar gebleven en toen konden we weer iets groter hier op Floraweg 42 terecht.’ Er kwamen drie kinderen. Coby, Anita en Ronnie. De oudste, Coby,  leeft helaas niet meer. Terwijl de rest van de familie op de camping zat, ging hij thuis friet bakken. Dat pakte helemaal verkeerd uit. Hij was negentien jaar.

Een eigen viswinkel

Co was inmiddels van werkkring veranderd en verkocht nu vis bij Overmeer aan de Augustijnenstraat, maar midden jaren tachtig ging zijn grootste wens in vervulling: een eigen viswinkel aan de Wolfskuilseweg op de hoek met de Mosstraat. Een opvallende winkel. Een witte voorgevel met aan de zijkant een fraaie muurschildering die de klanten naar binnen moest lokken. Annie: ‘Ik vond het erg leuk. Je had altijd aanspraak en ik hou daar wel van. Zo kom je ook nog eens iets weten,’ lacht Annie.’ Voor Co was het ook geweldig. Een eigen winkel in de Kuul. We deden het met zijn tweetjes. Bij drukke dagen sprong een vriendin bij en later ging ook zoon Ronnie achter de toonbank meehelpen. Hij wilde de winkel echter niet overnemen. Ronnie werkt nu bij de fietsenstalling in het centrum bij de Rabobank. Toen de hele rimboe gesloopt werd in 2003 zijn we met de winkel gestopt.’

Kaarsje

Co heeft niet lang van zijn pensioen kunnen genieten. Hij had hartproblemen en overleed in 2005. Ze gaat nog wel eens een kaarsje voor hem opsteken in het kapelletje bij de molen. ‘Nee, in de kerk kom ik niet meer,’ vertelt Annie, ‘vroeger wel, elke zondag onder de arm bij ma naar de kerk in Doddendaal. Mijn ouders zijn altijd in de Kloosterstraat blijven wonen. Pa is 69 en ma 74 jaar geworden.’

‘Vroeger ging ik nog wel eens naar de benedenstad en kwam dan altijd wel bekenden tegen. Nu niet meer. Ik heb ook een hartoperatie gehad, maar het gaat verder heel goed, hoor! Na het eten ga ik altijd even koffie drinken bij Anita, mijn dochter, die woont een paar huizenblokken hier vandaan. Ook ga ik elke week een keer gymmen bij Titus Brandsma. Dan ben ik er even uit. Mijn neef Coby van Boxtel woont hiernaast, dus dat is ook vertrouwd. De mensen in de straat worden wel steeds jonger, maar dat is niet erg, dan voel ik mezelf ook niet zo oud.’

Annie lust nog graag een gebakken visje en ze kijkt uit naar de rommelmarkt elk jaar aan de Floraweg. ‘Erg gezellig, een beetje rondneuzen en bekijken vanuit de stoel in de voortuin. Ik verveel me dan geen moment,’ besluit Annie. Zondag 10 september is het weer zo ver.

Tekst: Michiel van de Loo
Foto’s: Dave van Brenk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *