Terug naar het Waterkwartier met Patrick van Bree

Tegenwoordig zingt Patrick in Ancora. Een trio dat traditionele zeemansliederen mixt met Ierse folkmuziek en pop. Hiermee hebben ze een geheel eigen plek in de Nederlandse muziekwereld veroverd. En met succes. Ze brachten drie albums uit, die alle drie de eerste plaats van de GFK Album Top 100 haalden. Een muzikale carrière die ooit begon in de Niersstraat met Nikita van Elton John. De Wester gaat terug naar het Waterkwartier met Patrick van Bree.

‘Ik ben geboren in september 1972 in het Radboud ziekenhuis en opgegroeid in het huis aan de Niersstraat 58. Het huis staat er gelukkig nog steeds. Ik heb één broer, Remco die drie jaar jonger is. Mijn vader werkte bij de Nyma, maar toen hij het aan zijn longen kreeg, is hij van baan veranderd en werd machinebankwerker.’

 

Lanteerne

Patrick ging naar de kleuterschool naast de Theresiakerk. Gelukkig trof hij daar juffrouw Linssen en niet juffrouw Tromp, want daar was-ie bang van. Voor het lager onderwijs koos hij voor de St. Jozefschool, want daar werkte juffrouw Roos, die was heel knap. ‘Tot en met de vijfde klas,’ vertelt Patrick, ‘toen sloot de school en werd het de Lanteerne in Heseveld. Een groot verschil, maar dat is achteraf heel goed voor me geweest. Op St. Jozef werd iedereen naar de Mavo gestuurd. Dat was hoog genoeg voor de arbeidersjeugd. De Lanteerne was een Jenaplanschool, daar werd gekeken naar wat je wérkelijk in je mars had en ik kreeg een VWO-advies mee. Zo belandde ik in 1984 op het Dominicuscollege.’

Op de lagere school was Patrick bevriend met Patrick van Aken, Richard Heuveling en Dimo Bouman. Patrick: ‘We waren veel buiten, soldaatje spelen, bramen plukken of salamanders en kikkers vangen. Ik was een rustig jongetje. Best wel braaf en verlegen ook. Veel vriendjes heb ik verder nooit gehad. Ik was wel gedreven. Wilde het altijd goed doen. Toch woonden er in de buurt twee broers die het altijd op mij gemunt hadden en me pestten wanneer ze dat konden. Vraag me niet waarom, maar het was altijd uitkijken om die twee te ontwijken. Totdat ik er op een keer helemaal genoeg van had. Toen rolde ik met één van hen over het schoolplein. Dat had blijkbaar indruk gemaakt en het pesten hield op. Maar het is ook gebeurd dat er een groep kinderen bij ons voor het huis stond. Dat zongen ze “zet die van Van Bree op de plee en doorspoelen ermee”. Ik heb dat nooit begrepen. Kinderen kunnen heel wreed zijn. De naaste buren waren heel aardig en eigenlijk de hele Niersstraat had een gemoedelijke sfeer waar ik me erg thuis voelde.’

Patrick wilde vroeger piloot worden, maar hij moest vanaf zijn tiende al een bril dragen, dus dat ging niet door. Maar tweede op dat verlanglijstje stond muziek en hij mocht orgelles nemen bij Walter Meuleman in een kelder aan de Augustijnenstraat bij Kuppen Muziek. Patrick: ‘Mijn ouders leenden geld om een orgel te kunnen kopen. Daar hebben ze jaren aan afbetaald. Een Yamaha met pedalen. Ik heb hem nog steeds en hij staat nu thuis in de garage.’

Loonies

‘Met de jongens en meisjes die op orgel les zaten, hadden we ook een bandje waarmee ik mijn eerste podiumervaring opgedaan heb, Collectif heette dat. We speelden met twintig man keurig gelijk precies dezelfde noten, dus muzikaal was het denk ik niet altijd interessant voor het publiek. We hadden wel ontzettend veel lol en konden als beginners op het podium veel leren. Thuis ging in de zomer het raam open en speelde ik voor de buurt. Op speciaal verzoek van buurman Corbeek altijd Nikita van Elton John. Dat waren mijn eerste optredens. Ik was 15, 16 jaar toen ik muziekcafé Loonies aan de Voorstadslaan ontdekte. Daar was vaak live muziek en ik vond dat geweldig. Ik ben daar lang blijven komen en ik heb er dikwijls met jamsessies meegedaan. Er kwamen markante figuren. Nico met één oog en een haarband om, Harrie uit Amsterdam die alleen maar wilde toepen, en Dombo, later één van mijn beste vrienden en een supergoeie gitarist die veel te vroeg overleden is. Hij speelde nog in de band van Rudy van Dalm.’

Patrick voor zijn oude huis in de Niersstraat

Volgens goed katholiek gebruik heeft Patrick vier voornamen. ‘Mijn opa en oma zaten altijd elke zaterdag op de eerste rij in de Theresiakerk. Mijn ouders deden er eigenlijk al niks meer aan. Toch was ik nog misdienaartje. De nonnetjes waren gek op mij. Maar ik was ook een denkertje. Over dat smeken in liturgische teksten om vergeving bijvoorbeeld. Hoezo vergeving? Wat heb ik dan gedaan? Toen pastoor Nas me een keertje voor een volle kerk belachelijk maakte, omdat ik niet goed in de rij zou staan, was ik er klaar mee.’

Dienstplicht

De overgang van het lager onderwijs naar het Dominicuscollege was moeilijk, maar Patrick bleek een goede leerling. Zonder veel hobbels studeerde hij er zes jaar later af en lag de spreekwoordelijke wereld voor hem open. ‘Ja, wat nu,’ vertelt Patrick, ‘ik wilde naar het conservatorium, maar ik kon eigenlijk niks. Ik wist niet eens wat een toonladder was. Ik zou de toelatingseisen nooit kunnen halen. Dus werd het de T.U. in Eindhoven. Werktuigbouwkunde. Maar dat eerste jaar was een drama. In een andere stad, voor het eerst op kamers, en mijn opa die aan de Eemstraat woonde en altijd als een vader voor me was geweest, overleed dat jaar. Nog nooit eerder had ik de dood van nabij meegemaakt en ik was compleet van slag. Ik haalde het eerste jaar maar twee vakken. Het tweede jaar ging aanvankelijk heel goed, maar door het missen van een paar essentiële vakken moest ik van school af. Toen ben ik mijn dienstplicht gaan vervullen. Ik deed de chauffeursopleiding voor vrachtwagen en had het er relatief heel makkelijk. Toch heb ik er veel geleerd, waar ik nu nog de vruchten van pluk. Als je iets wilt bereiken in het leven, ben je altijd van anderen afhankelijk. Je zult samen moeten werken, zorgen voor elkaar en een ander altijd respecteren.’

Na zijn diensttijd ging Patrick werken bij Philips in Wijchen, maar daar zag hij al gauw geen levensvervulling in. Toch maar weer naar school en hij koos voor de Hbo lerarenopleiding aan de HAN. Hij wilde les gaan leven. Zijn eindstage aan een Havo-twee klas was een ramp. ‘Patrick: ‘Als ik daaraan terugdenk, sjonge jonge, ik had helemaal niks te zeggen. Ze sloopten zowat de klas waar ik bijstond, dus ik dacht dat wordt nooit wat. Ik was daarom verrast dat diezelfde school me later belde of ik in wilde vallen voor een zieke collega. Bleek het om dezelfde klas, inmiddels Havo-drie, te gaan. Ik gooide alle schroom van me af en heb me gepresenteerd zoals ik ben. Nu werd ik meteen geaccepteerd.’

Commercial Break

Wat Patrick ook deed, hij bleef altijd muziek maken. In 1993 zocht de toen 34 jarige Dave Hanssens en aantal jongere jongens om een band mee te beginnen. Dat werd later Commercial Break. Remco, de broer van Patrick, speelde keyboard, neef Edwin Janssen drumde en Patrick speelde gitaar. Dave stopte na twee jaar, een nieuwe bassist werd gezocht én er kwam een zangeres bij: Belinda Kinnaer. ‘Ik weet nog dat ze auditie kwam doen,’ vertelt Patrick. ‘Dat was gewoon bij ons thuis in de huiskamer aan de Niersstraat. Ze zong I Will Always Love You van Whitney Houston. Mijn moeder, die in de keuken bezig was, kwam de kamer in gelopen. “Wat kan die griet zingen, zeg! Kieppevel!” Het kippenvel stond inderdaad op haar armen.’

Commercial Break werd een veel gevraagde feestband in heel Nederland. Ze speelden op kermissen, bedrijfsfeesten, bruiloften en evenementen. Honderdzestig optredens per jaar waren geen uitzondering. Ze traden ook regelmatig in de wijk op. In het gemeenschapshuis of met carnaval bij de Nijmeegse Boys. In de stad bij Gompie en de Grote Markt tijdens de vierdaagse. Voor Patrick altijd bijzondere optredens. Pa en ma Van Bree waren de grootste fans en misten geen enkel optreden. Met Belinda schoot hij dubbel in de roos. In 2001 kregen ze een relatie en hij ging met haar samenwonen in Braamt. Later zouden ze verhuizen naar Zeddam.

Enkele jaren daarvóór ging Patrick door een moeilijke tijd. ‘Bij mijn moeder werd in 1999 maagkanker geconstateerd,’ vertelt hij, ‘Dat was een zware tijd. We waren erg close. Ik woonde nog thuis en ik heb veel van de verzorging op me genomen. Ze is maar 53 jaar geworden. Daar kwam bij dat enkele weken voordat mijn moeder overleed, ook Dombo stierf. Ik zag het even helemaal niet meer zitten. Een goede vriend van me woonde in Goirle en daar ben ik vier maanden ingetrokken. Ik kwam weer een beetje tot rust. Mijn pa heeft het ook heel moeilijk gehad zijn leven weer op de rit te krijgen. In Zevenaar heeft hij een nieuwe start gemaakt en de laatste jaren van zijn leven waren we erg close. Helaas is hij in 2014, vlak na zijn eenenzeventigste verjaardag, overleden.’

Commercial Break was 22 jaar succesvol totdat de band besloot met Carnaval 2015 een punt achter de carrière te zetten. Belinda ging op de solotoer en Patrick, die inmiddels gestopt was als leraar, had zich toegelegd op fotograferen. Hij richtte de Van Bree Mediagroep op, werd huisfotograaf bij evenementen als het Megapiratenfestijn en hij specialiseerde zich om in opdracht van makelaars foto’s van te koop staande huizen te maken.

Samen met de andere leden van Ancora (Foto: Ancora)

Ancora

‘En toen kwam daar ineens dat telefoontje of ik bij Ancora wilde komen zingen. Ze kenden me al vanuit het Megapiratenfestival. Ik zei meteen ja, al besefte ik dat het veel consequenties zou hebben. Op 1 januari 2016 ben ik begonnen en moest in no time twintig liedjes instuderen. Je moet Ancora zien als een concept. We hebben nu drie Nederlandstalige cd’s uitgebracht, die het heel goed doen, maar dat komt vooral omdat we naast de cd een dvd met alle clips van de nummers erbij leveren. Die worden gefilmd op mooie locaties in onder meer Ierland en Griekenland. Op het strand of een heuse zeilboot om de sfeer van de liedjes optimaal weer te geven. Het is een rollercoaster soms. We hebben regelmatig tv-optredens, bij regionale zenders, maar ook de TROS en Omroep Max.  Jan Keizer van BZN is een van onze liedjesschrijvers. Dat doet-ie erg goed. Onze sound past ook wel een beetje bij Volendam.’

Eind vorig jaar kreeg Patrick een auto-ongeluk. Hij was achter het stuur in slaap gevallen en klapte achter op een vrachtauto terwijl Belinda naast hem zat. Hij besefte hoeveel hij geluk hij had gehad, dat ze beiden nauwelijks iets mankeerden. In februari van dit jaar werd bij Belinda borstkanker geconstateerd. Weer viel het kwartje de goede kant op, want gelukkig kon alles worden weggehaald.

Afgelopen maart stond de tent van het Megapiratenfestijn op de Goffertweide naast het NEC-stadion.  Een mooiere plek voor een huwelijksaanzoek kon Patrick zich niet bedenken. Met een bos rozen en onder de muziek van Bed of Roses vroeg hij zijn Belinda ten huwelijk. Op 2 december gaan ze trouwen.

‘Het Waterkwartier is mooi geworden en veel veranderd. Ik kom nog weleens in de wijk als ik voor mijn bedrijf foto’s moet maken. Dan kan ik het niet laten om nog even langs Niersstraat 58 te rijden. Dan denk ik weer even terug aan Truus de Mier, het Weduwvrouwtje, Dombo, Centen met zijn duivenhok, Snuffie het hondje en Juffrouw Roos.  Met weemoed, maar ook met een heel goed gevoel.’

Tekst: Michiel van de Loo
Foto’s: Dave van Brenk

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.