Diny en Bertus

Als je gezond bent, kun je alles!

Volgend jaar bestaat de winkel 40 jaar. Diny’s Wol- Handwerken is een begrip en niet alleen in het Waterkwartier. In Nijmegen vind je nergens nog een winkel met zo’n uitgebreide breiwolcollectie, handwerken en fournituren. Diny is 82 jaar, haar man Bertus vier jaar ouder, maar van ophouden willen ze niet weten. ‘We gaan door tot we er bij neer vallen,’ klinkt het resoluut uit de mond van Diny, wanneer het woord stoppen ter sprake komt. ‘Als je gezond bent, kun je alles!’ Het zou haar levensmotto kunnen zijn. De Wester op bezoek bij Diny en Bertus op de hoek van de Voorstadslaan en de Sperwerstraat.

Turf

Diny van Haaren is geboren onder de Lindenberg ongeveer op de plek waar nu het Holland casino staat. Ze was de oudste van vier kinderen. Haar vader handelde in groente en fruit, maar ook turf. ‘Toen ik zeven jaar was, moest ik mijn vader al meehelpen,’ begint Diny. ‘Hij had liever gezien dat ik een jongen was, dus voor zwaardere karweitjes werd ik niet ontzien. Met de hondenkar ging mijn vader de Ooy in om bij de boeren groente en fruit te verkopen dat rechtstreeks van de veiling kwam. Het turf moesten we bij elkaar binden tot pakken en dat leverde hij aan de gemeente en de scholen.’

Valkhof

Diny groeide op in de oorlogsjaren. ‘Die hele oorlog heb ik nooit als een vervelende tijd ervaren. Ik was nog een kind en we speelden tussen de granaten door. Altijd buiten op het Valkhof, voetballen, in de bomen klimmen, ’s winters sleetje rijden en wanneer de sirene ging, vlug de schuilkelder in, die daar vlakbij was. Natuurlijk heb ik de nodige ellende gehoord en gezien. Bij het grote bombardement in 1944 had mijn moeder me net van de lagere school aan de Oudste Gracht opgehaald. Dat was ons geluk. Ik zag een kinderlijkje liggen en natuurlijk wil je dan helpen, maar dat was al te laat. Toch ben ik al die jaren nooit bang geweest, ook niet bij hoog water, want de Waalkade stond regelmatig blank in mijn herinnering. Drie, vier treden hoog, daarom woonden we op de eerste verdieping, beneden was het pakhuis. Die moesten we leeghalen wanneer een overstroming dreigde. Eén keer was echt gevaarlijk. Er raakte een zware duwbak op drift en had er geen dikke boom voor ons huis gestaan, was hij zó naar binnen gebeukt. Ik heb één keer in mijn leven in 1954 over de dichtgevroren Waal kunnen lopen.’ Ook in de jaren vijftig verhuisde het gezin naar Waalkade 49. Diny’s geboortehuis zou moeten wijken voor het Groene Balkon. Toen ze 18 jaar was, haalde ze haar vrachtwagenrijbewijs, dat moest van haar vader, en op de avondschool haar middenstandsdiploma.

Cowboyfilm

Bertus van der Tol is geboren in 1931 in Oude Westering tussen Leiden en Amsterdam. Hij was enig kind en zijn vader was binnenvaartschipper, dus ging Bertus naar de Scheepvaartschool in Amsterdam. ‘Bij de slag om Arnhem raakte mijn vader zwaar gewond,’ vertelt Bertus, ‘en ook zijn schip werd toen door de Duitsers in de grond geboord. Met de gezondheid van mijn vader is het nooit meer goedgekomen, dus ik werd min of meer gedwongen veel taken van hem over te nemen, maar eigenlijk wilde ik helemaal geen schipper worden. We lagen vaak in Nijmegen in het haventje voor de Lindenberg. Dan kwam ik ook wel eens op het Valkhof. Overdag om te voetballen, en ’s avonds achter de meisjes aan,’ lacht Bertus. Op een van die avonden kwam hij daar Diny tegen. Het was 1953 en liefde op het eerste gezicht.

Erg vaak konden ze elkaar niet zien. Eens in de zes weken op woensdag en zaterdag en Diny moest stipt om 21.00 uur weer binnen zijn. Wanneer Bertus van ver moest komen, betaalde hij de treinreis en kocht Diny voor 40 cent de kaartjes voor bioscoop Carolus. Meestal een cowboyfilm en als ze dan haar huis ging, moest ze voor haar moeder een gehaktbal van een kwartje meenemen van de koster van de Molenstraatkerk. Die verkocht bij de Vlaamse Gas de lekkerste gehaktballen van Nijmegen.

Olietanker

Bertus: ‘In 1958 zijn we getrouwd en meteen daarna zijn we gaan varen. We hadden een boot gekocht van 140 ton en 32 meter. We vervoerden veel graan, kippenmaïs, rogge en tarwe. Vaak Duitsland in en we voeren dag en nacht door, waarbij we elkaar aflosten.’ ‘Het postadres was bij mijn ouders thuis aan de Waalkade,’ vervolgt Diny, ‘mijn moeder hing uit het raam te zwaaien wanneer we er langs tuften. Onze kinderen, Dia en Benny, allebei in de jaren zestig geboren, zaten hier in Nijmegen op het schippersinternaat St. Nicolaas.’

Om de drie, vier jaar werd een nieuwe, nog grotere boot gekocht. Bertus: ‘De laatste was een olietanker van 1.000 ton en 67 meter lang. Ook dat deden we meestal met zijn tweeën en Diny is dan automatisch de kapitein hè. Vrouwen mogen geen stuurman zijn. Eigenlijk moesten we ook een knecht aan boord hebben; dat vonden we niet nodig, maar je kreeg wel dertig DM boete als je gesnapt werd. Om gezondheidsredenen moest ik echter met het professionele varen stoppen en hebben we de tanker uiteindelijk in 1980 verkocht.’

Scheepjeswol

Diny: ’Inmiddels hadden we hier dit hoekhuis gekocht. Heel vroeger heeft hier nog ooit een rijwielhandel gezeten, die foto’s stonden in de vorige Wester. Ik heb hier bijna alles eigenhandig verbouwd. In het weekend varen en door de week hier aan de slag. We wisten niet meteen wat we hier wilden doen. Nog even gedacht aan iets met scheepvaartbenodigdheden, maar het is uiteindelijk Scheepjeswol geworden. Ik had de coupeusediploma’s en al menig trouwjurk gemaakt.’ Bertus: ‘ik heb vroeger ook van alles op dat vlak geleerd: breien, weven, spinnen; in dat laatste heb ik nog les gegeven, maar nu is de taakverdeling dat Diny de winkel doet en ik het huishouden.’

In 1978 opende Diny Diny’s Wol- en Handwerken. Toen ze begonnen, waren er in Nijmegen nog veertien van dit soort winkeltjes. Nu zijn ze de enige overgebleven echte wolwinkel met een reputatie tot ver buiten Nijmegen. Diny: ‘Kinderen en jonge mensen breien en haken nog steeds hoor. Ook studenten, en als het moet, doen we het wel even voor.’

Vingerhoedjes

In de huiskamer hangt een geborduurde Nachtwacht, maar ook de Stevenskerk, die volgens Diny over de hele wereld populair is.  Ze spaart ook vingerhoedjes. Ze heeft er honderden uit alle uithoeken van de wereld, vaak meegebracht door klanten wanneer ze daar op vakantie waren. Diny koopt zelf de wol in. ‘Ik moet het kunnen zien en voelen, dus daarom koop ik niks via internet. Een paar keer per jaar ga ik naar beurzen in het buitenland. Het moet honderd procent wol zijn, geen synthetische rommel. De kleuren zijn modegevoelig, vroeger veel grijs, zwart, wit en blauw, nu veelkleuriger. Tegenwoordig is alpacawol van lama’s erg in, daarvoor was het angora, maar de Scheepjeswol is ook nog steeds populair hoor.’ Diny’s Wol- en Handwerken is elke middag van 13.00 uur tot 17.00 uur geopend. Tot ze er bij neervalt.

Tekst: Michiel van de Loo
Foto’s: Dave van Brenk

1 Comment

Add Yours

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *