Korenbloemstraat

De Korenbloemstraat kennen we in Nijmegen sinds 1947 en maakt deel uit van de bloemen- en plantenbuurt tussen de Molenweg en de Graafseweg. Tegelijkertijd met de Korenbloemstraat werden de namen Klaverstraat, Zonnebloemstraat, Mirtestraat en Papaverstraat vastgesteld. De korenbloem is een 30-60 cm hoog, eenjarig plantje met blauwe bloemen en dankt de naam aan haar traditionele groeiplaats: op akkers tussen het graan. Een aftreksel van de bloemen en planten schijnt te helpen tegen bronchitis. Ook wil de folklore dat de bloem vroeger gedragen werd door verliefde jonge mannen; als de bloem te snel verdorde, zou hun liefde onbeantwoord blijven.

De Korenbloemstraat is maar een kort straatje en loopt vanaf de Floraweg tot aan de Varenstraat. Er staan 24 huizen, gebouwd in 1948 door woningvereniging Nijmegen – nu Portaal – , en een appartementencomplex met 11 woningen gebouwd in 1989.

Ed en Ciska Loois

Ed en Ciska

In één van de huizen aan de oneven kant wonen sinds 1974 Ed Loois en zijn vrouw Ciska. Ed is geboren in 1948 in de Pater van Meursstraat in het Willemskwartier. Hij was enig kind en zijn vader werkte in de steenfabriek in Haalderen en de Ooy. Ciska van den Heuvel is één jaar ouder, en groeide op in dezelfde straat schuin tegenover het huis van Ed. In 1965 sloeg de vonk over en drie jaar later vlak voor kerstmis 1968 trouwden ze. Eind dit jaar vieren ze hun Gouden Bruiloft.

‘We zijn door een driehoekruil hier terecht gekomen,’ begint Ed. De vorige bewoonster verhuisde naar Zwanenveld toen haar moeder ziek werd. Ons was een woning in Zwanenveld aangeboden, maar we wilden allebei niet over de brug. Door te ruilen konden we hier terecht. Familie van Ciska woonde op dat moment ook al in de Kuul.’

113 gulden en 55 cent

Ed weet nog precies hoeveel hij de eerste maand aan huur betaalde. ‘Dat was 113 gulden en 55 cent.  Inmiddels is dat 403 euro geworden.’ ‘Het is erg groot voor ons tweeën,’ vult Ciska aan. ‘We hebben nooit kinderen gehad, maar wel drie slaapkamers en een voor- en achtertuin. Met Portaal hebben we nooit problemen gehad. We hebben het een en ander verbouwd zoals een nieuwe keuken enzo. Ed deed het zware sjouwwerk en ik het behangen en verven.’

Ed werkte aanvankelijk in de bouw, maar door overgewicht belandde hij in de WAO. Hij besloot tot een maagverkleining en wist veel kilo’s kwijt te raken. Ed: ‘Daardoor kon ik 1991 als beheerder in het Kruispunt achter het Gak aan de slag. Daarna in wijkcentrum Titus Brandsma en enkele jaren later bij het jongerencentrum in de oude school aan de Waterstraat. Dat was een erg mooie en leuke tijd. Veel leuker dan de bouw. We organiseerden uitstapjes, voetbaltoernooien, maar ook activiteiten voor de ouderen. Er was nog een beetje geld toen om iets op touw te zetten.’ Ciska: ‘Hij kwam elke dag met een mooi verhaal thuis.’

In 2008 bleek dat Ed te veel hooi op zijn vork genomen had en hij kwam overspannen thuis te zitten. ‘Dat was erg wennen,’ gaat Ed verder, ‘ik heb wel even in een dip gezeten toen. In 2013 ben ik met pensioen gegaan.’

Wit-Gele Kruis

Over de straat zijn ze allebei erg te spreken al leek het er vroeger gemoedelijker aan toe te gaan. Ed: ‘Er kon veel meer en de contacten met de buurt verliepen gemakkelijker. Veel bewoners bleven lang hangen hier. De meeste mensen kennen we. Je groet elkaar altijd, kletst even en een enkele keer ga je op de koffie. Mensen die hier nog niet zo lang wonen, zijn ook altijd even vriendelijk. Renske Helmer, de wethouder, informeert altijd naar de gezondheid van Ciska. Pas de laatste jaren is er iets meer verloop en komen er ook jongere gezinnen wonen. Daar praat je toch iets minder snel mee, dan de oude garde. Eind jaren negentig konden we van Portaal het huis kopen voor 135.000 gulden. Dat was zeker niet duur, maar we waren de vijftig al gepasseerd, dan begin je daar niet meer aan.’

Vergelijkbare woningen verwisselen nu in de Wolfskuil voor € 225.000 van eigenaar. Er staat nu één appartement in de straat te koop op Funda. De vraagprijs daarvoor is € 150.000. Die appartementen staan op de hoek met de Varenstraat. Vroeger stond daar een groen, houten gebouwtje van het Wit-Gele Kruis, van waaruit de thuiszorg geregeld werd en buurtbewoners met hun zuigelingen terecht konden.

Het is een rustige straat. Ed kan acht van de tien keer zijn auto voor de deur kwijt. Ed: ‘Het is wel erg smal hier. Mijn buitenspiegel hebben ze er al een keer afgereden; die kun je dus beter naar binnen klappen. Mijn auto is ook een keer geschampt, maar de buurman had het kentekennummer van de dader genoteerd en de schade is later keurig vergoed. Eigenlijk gebeurt er zelden wat. Eén keer was er een poging tot inbraak. We kwamen thuis van de bingo; dat deden we vroeger vaak. In Villanova, Elmeran of Titus. De inbrekers lukte het echter niet binnen te komen.’

Betsy

Om de hoek aan de Floraweg woonde Betsy, de zus van Ciska. ‘We deden met zijn drieën alles samen. We maakten dagtochtjes, gingen op vakantie, soms twee keer per jaar. Met mijn zus was ik vier handen op één buik. We waren onafscheidelijk.’ ‘Tot 2015,’ gaat Ed verder. ‘We zouden samen naar het tuincentrum gaan. Ze kwam echter niet opdagen op het afgesproken tijdstip en toen ik polshoogte ging nemen, vond ik haar dood op bed. Ze had een plotselinge hartstilstand gehad. Nooit eerder had ze hartproblemen. Altijd zo gezond als een vis. Het was een enorme klap. Zeker voor Ciska. Het heeft bij haar het proces van dementeren versneld. Dat komt veel vaker voor dan je denkt. Mijn moeder en zus hebben het gehad. De broer van Ciska. Ik heb nu een dagtaak aan het verzorgen van mijn vrouw, maar ik doe het graag, hoor. We voelen ons verder prima en willen hier zo lang mogelijk blijven wonen!’

An en Gerard van Laanen

An en Gerard

Halverwege de straat aan de even kant wonen sinds 1977 An en Gerard van Laanen. An is geboren in 1940 aan de Tollensstraat in het Willemskwartier. Het huis staat er nog steeds. Ze kan zich nog vaag herinneren dat ze op het eind van de oorlog moesten schuilen in de kelder van papierfabriek Export, ook aan de Tollensstraat. Toen het écht gevaarlijk werd, evacueerde het gezin met drie kinderen naar Hatert. Drie oudere kinderen waren inmiddels al het huis uit. ‘Meteen na de oorlog heb ik op vier verschillende lagere scholen gezeten, de Mariaschool, de meisjesschool aan de Koninginnelaan en de Dobbelmannweg en in villa de Wolfskuyl aan de Graafseweg naast de molen,’ begint An. ‘Telkens wanneer ik een klas overging, bleek er geen plaats meer te zijn en moest er voor de hele klas een andere plek gezocht worden. Toen ik veertien jaar werd, ben ik meteen gaan werken bij Export, twee zusjes hebben daar ook gewerkt.’

De Nederlandse Papierfabriek Export was bekend om het Nefa maandverband en Pura toiletpapier. In 1977 is de fabriek gesloopt en op deze plek vind je nu de Jacob van Lennepplaats met tientallen woningen. Alleen het witte huis van de bedrijfsleider staat er nog.

Onder de Bogen

Gerard van Laanen is geboren Onder de Bogen in de Anemoonstraat in een gezin met tien kinderen en is vijf jaar ouder dan An. Daar groeide hij ook op en hij zag in februari 1944 op weg naar school de bommen naar beneden vallen en Gerard moest snel een veilig heenkomen zoeken. Na de lagere school aan de Koninginnelaan leerde hij voor elektrisch lasser, maar kwam uiteindelijk te werken bij J.H. Groot B.V. Hoge en Lagedruk Gieterijen in de Mercuriusstraat. Gerard: ‘Inmiddels woonden we aan de Korenbloemstraat. We zijn daar met zes kinderen gaan wonen meteen na de oplevering in 1949 en waren dus de eerste bewoners.’

‘In 1954 zag ik hem fietsen met een paar vrienden,’ gaat An verder. ‘Ik mocht bij hem achterop zitten en hij bracht me vervolgens naar huis toe. Daarna wilde ik hem niet meer kwijt en in 1958 zijn we getrouwd. We gingen bij mijn ouders inwonen aan de Tollensstraat, want de woningnood was groot. Na drie jaar vonden we iets voor onszelf aan de Van Nispenstraat in Oost. Ik kon er niet aarden en ik was ontzettend blij dat we in 1967 een bovenwoning kregen in de Mirtestraat. Daar was ik meteen verliefd op, zó een leuk huis en daar hebben we met veel plezier gewoond.’

Meeuwse weitje

In 1977 overleed de moeder van Gerard. Het gezin, met inmiddels drie zonen, verhuisde naar de Korenbloemstraat om voor de vader van Gerard te zorgen. An: ‘Dat was een drukke tijd, want de hele familie kwam regelmatig over de vloer. Zuster Meis, van het Wit-Gele Kruis op de hoek van de straat, kwam vader regelmatig wassen. Vier jaar later is hij overleden. Hij is 93 jaar geworden.’

‘De kinderen vonden het geweldig in de Kuul. Ze konden overal spelen. Er was een speeltuin; ze konden naar Don Bosco in de Mirtestraat of gaan voetballen op het Meeuwse weitje bij de Azaleastraat.’

Popping

An: ‘Het klopt dat er de laatste jaren meer verloop is. Mensen gaan dood hè. Wel leuk dat er het afgelopen jaar drie kinderen in de straat geboren zijn. Over het algemeen is het hier altijd rustig. Lang geleden woonden er een paar mensen die flink dronken en dat gaf wel eens wat reuring, maar overlast kan ik dat niet noemen. Auto’s rijden wel eens te hard en soms dendert er een vrachtwagen door de straat. Wat die hier te zoeken hebben?’

De bewoners van de Korenbloemstraat konden vroeger voor hun dagelijkse boodschappen terecht bij Popping om de hoek aan de Varenstraat. An: ‘Die missen we nog steeds. Later heeft hun zoon Wim het overgenomen, die de winkel bleef runnen toen Maters, met meerdere kleine supermarkten in de stad, het overnam. In dat blok zaten meerdere winkels voor langere of kortere tijd. Een kapper, kledingwinkel, de Spar, een friettent, die zit er nog steeds, en op de hoek met de Zonnebloemstraat slager Theunissen, daarna slagerij Jos Janssen, de fietswinkel van Van Heeswijk en nu Almadina, een Turkse winkel.’

De Spar in de Varenstraat (1954)

Onderverzekerd

In hun ruime achtertuin kijken An en Gerard tegen de huizen van de Nieuwe Nonnendaalseweg aan. Daartussen loopt een breed pad, dat door een aantal bewoners als achterom wordt gebruikt. In vroeger tijden – en misschien nu nog wel, wie zal het zeggen – een populair vrijerslaantje. Het werd ruim dertig jaar geleden ook misbruikt door een aantal lieden die via dat pad en over de schutting bij de familie van Laanen wist in te breken. Voor An een vreselijke gewaarwording. ‘Het was Tweede Kerstdag en ik zag meteen dat er iets niet klopte toen we thuiskwamen en voor de deur stonden. Binnen was alles overhoop gehaald. Er was veel weg. De sieraden van mijn moeder, de tv, het eerst verdiende salaris van een zoon. Ik kan er nu nóg kwaad om worden. We dachten goed verzekerd te zijn. Een mannetje van de verzekering kwam de inventaris opnemen. Alle kasten moesten open en zelfs de lakens en kussenslopen werden meegeteld. Toen bleken we onderverzekerd te zijn en kregen geen cent uitgekeerd.’ ‘Een paar jaar later is er uit de schuur nog een brommer gestolen,’ vult Gerard aan.

Voortuin

Ook bij An en Gerard is de keuken verbouwd, uitgebreid en bij de kamer getrokken. Twee keer bood Portaal het huis te koop aan, maar daar begonnen ze niet meer aan. Ze waren de 65 al gepasseerd. Ze kunnen met iedereen in de straat prima overweg, zonder de deur bij elkaar plat te lopen. ‘We groeten elkaar, al zegt wethouder Renske Helmer, die een paar deuren verder woont, niet altijd iets terug,’ moppert Gerard. ‘Ze zal het wel druk hebben en  met haar gedachten ergens anders zijn. Ik las ook een keer een opmerking van Renske dat mensen hun voortuin beter moeten verzorgen, maar heb je die tuin van haar gezien? Ze geeft niet echt het goede voorbeeld.’

Ze wonen er nu veertig jaar, waarvan de laatste twintig met zijn tweeën. An blaakt van gezondheid, maar Gerard is aan het sukkelen sinds hij in september 2015 een herseninfarct kreeg. Zijn hele linkerkant was verlamd, iets waar hij nu bij het lopen nog steeds last van ondervindt. Voor onderzoek moest Gerard vaak naar het ziekenhuis, waar de artsen een jaar geleden, net als bij Ciska van de overkant, dementie constateerden. Het komt inderdaad veel vaker voor, dan je denkt. ‘Ik ga nu twee dagen per week naar Villandry van Stichting de Waalboog voor een dagbehandelingstraject,’ vertelt Gerard, ‘vaak kaarten en bingo, en daar vind ik eerlijk gezegd niet zo veel aan.’ ‘Het is goed, dat hij er uit gaat,’ vervolgt An, ‘anders zit-ie toch maar de hele dag hier binnen op een stoel. Gerard heeft ook snel heimwee. Wanneer we voor een lang weekend buiten Nijmegen gaan, wordt hij al ziek.’

Scheve hutten

Op de bouwkundige staat van de woning heeft An nog wel enig commentaar. ‘Het zijn scheve hutten! Zo noemde mijn vader ze al, en hij heeft er nog aan mee gebouwd in 1948. Er staat geen muur recht. De ramen trouwens ook niet, dat merk je als je gordijnen op gaat hangen. De huizen zijn ook erg gehorig. Soms kan ik de buren bijna letterlijk verstaan. Maar och, het is leven en laten leven, zeg ik altijd maar.

Tekst: Michiel van de Loo
Foto’s: Dave van Brenk

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *