Voorstadslaan

De Voorstadslaan is een van de langste straten in Oud-West en loopt van de Hezelpoort tot aan de Tweede Oude Heselaan. In deze Wester beperken we ons tot het eerste deel tot aan de rotonde, waar de Marialaan overgaat in de Industrieweg.

We kennen de straat sinds 1822. In de eerste kadastrale optekening lezen we dat “De Voorstads Laan bij De Nijmeegsche Laan overgaat in De Wolfskuilsche Straat”. De Nijmeegsche Laan was voor een deel de huidige Tweede Oude Heselaan. Volgens de Wegenlegger uit 1859 liep de Voorstadslaan zelfs door tot aan de Graafseweg.

Bernard ter Horst

Bernard ter Horst woont er sinds 1980. Hij is geboren in 1955 in de Overijsselse gemeente Goor. Daar groeide hij op tot hij in 1974 ging studeren. Aanvankelijk wilde hij iets artistieks gaan doen, bij voorkeur in Amsterdam, want dáár gebeurde het. Zijn ouders vonden dat Bernard voor een beroep moest leren en daarom werd het biologie en scheikunde in Utrecht. In 1979 kreeg hij een baan in Nijmegen bij de Scholengemeenschap Dukenburg. ‘Utrecht of Nijmegen was wel een verschil, hoor,’ begint Bernard. ‘Het bier was hier veel goedkoper, maar vooral de mentaliteit was anders. Veel vrijblijvender. Nijmegen heeft alles hoor, een stuk prettiger dan Utrecht. Een mooie omgeving, een rijk cultureel leven en er is altijd wat te doen. Je legt er makkelijker contacten dan in een stad als Utrecht. De Piersonacties in 1981 maakten ook veel indruk. Een studievriend van mij woonde daar, dus ik kreeg daar aardig wat van mee.’

Bernard ter Horst

Modderlaantje

In 1980 hebben we dit gekocht. Samen met een paar mensen die allemaal woonruimte zochten. We vormden overigens geen woongroep, toen wel erg populair. We hebben er 80.000 gulden voor neergeteld. Vlak vóór ons was het pand door beleggers voor 50.000 gulden gekocht. Die verdienden er met één pennenstreek 30.000 gulden op. Eigenlijk schandalig. Ze waren toen het Modderlaantje net aan het slopen. De ijzergieterij stond er nog.’

Bernard kijkt vanaf zijn balkon uit op de Scholeksterstraat waar vroeger het zogenaamde Modderlaantje liep. Het was een naamloze straat met de huisnummers aan de Voorstadslaan. Daarom ontbreken de huisnummers 73 tot en met 113. Ook de huisnummers aan de andere kant van het ijzergieterijterrein tussen 149 en 161 ontbreken. Ook daar liep vroeger een pad met huizen. Aan het Modderlaantje stonden kleine arbeidershuisjes van mensen die veelal bij die ijzergieterij werkten. Het was een smerige fabriek.

Opgravingen

‘In 1981 begonnen ze met de sloop van die ijzergieterij,’ gaat Bernard verder. ‘Dat ging niet zo vlot. Het gaf veel stof- en lawaaioverlast. De grond was sterk verontreinigd met allerlei stoffen en zware metalen zoals lood. De schoonmaak heeft een vermogen gekost, miljoenen. Daarna lag het terrein braak en zijn er opgravingen geweest. Dat vond ik toentertijd erg interessant om te volgen. Er was begreep ik niet genoeg tijd en geld om het écht goed te doen.’

In 1984 kwam de nieuwbouw en ontstond de Scholeksterstraat. Twee jaar later werd er aan het begin van de Voorstadslaan ook opnieuw gebouwd. Nu op de plek waar in 1975 Papierfabriek Gelderland tot de grond toe afbrandde.

Het huis is in 1894 gebouwd. In de loop van de tijd is er flink aan verbouwd. In 1906 na een brand, in 1923 kwam er onder andere een schuur in de tuin, in 1952 en nog eens in 1962. Toen werd het gedeelte met huisnummer 115 vrijwel geheel een winkelruimte en aan de voorzijde kwamen mooie blauwe tegeltjes. Er heeft een bakkerij gezeten, een melkwinkel en vanaf 1962 een kleine supermarkt. Bernard: ‘Het huis had aanvankelijk een beerput en kreeg later riolering. Nadat we het gekocht hadden, verdwenen na verloop van tijd de oorspronkelijke buurtbewoners, is mijn vrouw Irene hier ingetrokken en we kregen er drie kinderen, waarvan de oudste nu 30 en de jongste 23 jaar is. Ze zijn hier opgegroeid, maar waren wel zowat de enige kinderen in de directe omgeving.’

Berkenboom

Aan de achterzijde van het pand hangen grote druiventrossen. Bernard: ‘Ooit geprobeerd er wijn van te brouwen, maar dat lukte niet echt. We maken er nu druivensap van. We hadden ooit Iraniërs als achterburen en die gebruikten de bladeren om rijst in te doen.’ Het huis wordt verder aan één kant omgeven door struiken; achter het huis staat een schuur met een hoge berkenboom. ‘Die boom staat daar al zolang ik weet, maar is nu een probleem geworden. Mensen aan de Scholeksterstraat hebben er last van. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Bomen hebben bladeren, bloempjes, stuifmeel en takken en dat valt allemaal elk jaar op de grond. Ik ben aan die boom gehecht en wil hem liever niet weg hebben. Ik heb er al een boomchirurg naar laten kijken, hij is gesnoeid, maar overlast zal hij altijd geven. Eigenlijk is er geen bevredigende oplossing. Buurtbemiddeling helpt ons nu bij dit conflict.’

Criminaliteit

‘Het is zeker 25 jaar geleden, dat er hier ingebroken is. Toen was het wel vier keer in korte tijd raak, waardoor de verzekering mij er zelfs uit dreigde te gooien. Na de eerste keer hadden we de sloten vervangen, waardoor de schade de tweede keer veel groter was. Ook de schuur met de fietsen was doelwit. Daar hadden ze de Bulgaarse methode gebruikt, dus was er geen braakschade. Dan wordt het lastig iets van de verzekering uitgekeerd te krijgen. Eén keer lukte het me de dader in de kraag te grijpen. Daarna eigenlijk nooit meer dit soort overlast gehad.’

‘In het verleden, dan heb ik het over dertig jaar geleden, was er wel eens een buurtfeest met barbecue, maar de organisatie kwam steeds op dezelfde mensen neer. Toen die voor een deel verhuisde hield het op. De sociale verbondenheid is wat losjes, dat is wel jammer. De samenstelling van de buurt is ook veranderd. De huizen worden duurder en daardoor komt er ook een ander soort volk te wonen. Iets chiquer in mijn ogen.’

‘Ik woon verder prima hier. Ik wil er niet weg. Nijmegen is een stad die leeft. Dat Batavia ziet er erg mooi uit. Ook duur, maar er is gelukkig ook ruimte voor sociale woningbouw. Alleen die flats aan de Nina Simonestraat; wat zijn die lelijk zeg. Hadden ze daar niet wat mooiers voor kunnen bedenken?’, verzucht Bernard.

Sylvia Loermans-Wouters

Sylvia Loermans-Wouters

Op nummer 214 woont Sylvia Loermans-Wouters. Ze heeft bijna haar hele leven aan de Voorstadslaan gewoond. Ze is geboren op nummer 122, vlakbij de hoek met de Biezendwarsstraat. ‘Daar ben ik opgegroeid,’ begint Sylvia. ‘Ik had nog een broer en een zus. Mijn vader werkte onder andere bij de Nyma en de laatste 25 jaar als chauffeur bij V&D. In mijn jeugd stonden er nog joekels van grote dikke bomen. Het was nog écht een laan. Er reden nauwelijks auto’s. We hadden een grote herdershond en die liet zichzelf uit. We hoefden niet bang te zijn dat er wat gebeurde. Nu is het een asfaltweg met brede trottoirs, toen een straat met keien met een stoep ernaast.’

Winkels

Sylvia kan nog moeiteloos de vele winkels in de straat voor de geest halen. ‘Waar nu Wijck zit, had je eerst de Gruyter. Een winkel met veel koper. Het rook er altijd naar versgemalen koffie en er stonden veel koekjestrommels. Later werd het café de Badmuts. De eigenaar was kaal en dat was ook zijn bijnaam. Daarna werd het het Waterkwartiertje. Met een biljart, maar het was er altijd erg donker. Aan de overkant op de hoek met de Niersstraat heeft altijd een bakker gezeten. Eerst Brouwer, daarna Herfkens, toen bakkerij Niers met Angelina en nu dan het Kraayennest.’

‘Daar tegenover had je de Vivo en Abeling, een sigaren en sigarettenwinkeltje. Aan onze kant had je kapper Linders, aan de overkant kapper Peters, Tromp de kruidenier en Van Dreumel, de melkboer. Dat werd later de groentewinkel van Van de Heuvel. Waar nu Diny zit, op de hoek met de Sperwerstraat, zat een fietsenwinkel. Iets verder Bas de slager en op de hoek met de Marialaan waar nu Ruud de Vries gevestigd is, drogisterij Brinkhuis met daarnaast Tijnagel Motoren.’

‘Meer naar het begin van de straat, waar nu pizzeria la Pineta zit, had je café de Stembus. Als we op zondag onverwacht bezoek kregen, gingen we daar wel eens een maatje cognac halen. Dat was een klein flesje en daar kon je een paar borrels uitschenken. Normaal had je dat niet in huis, je was al blij met een koekje bij de koffie. Tegenover dat café stond de ijzergieterij.’

‘Het waren heel veel winkeltjes bij elkaar,’ gaat Sylvia verder. ‘Ik moest elke week een ronde doen en overal wat kopen. Mijn broer moest melk halen bij een boer aan de Bredestraat en mijn zus die wat ouder was, had weer andere huishoudelijke taken. Zo was het werk verdeeld. Gelukkig hielden we nog veel tijd over om te spelen. Voor de Gruyter lag een groot plein. Daar kon je rolschaatsen, trefbal spelen, stoeprandje gooien, dat heette bij ons kledderen, en met de jongens deed ik ook wel eens landhakkertje.’

Nonnen

‘De lagere school was de Theresiaschool aan de Biezendwarsstraat. Daar kregen we les van nonnen, zoals Imelda, Hedwig, dat was een schatje, en Nicolien, de hoofdzuster, die kon heel streng zijn. Zo mochten we bijvoorbeeld geen lange broek aan. Ik weet nog goed, dat mijn moeder een nieuwe broek voor me gemaakt had. Ik heel trots naar school, maar ik werd onmiddellijk weer naar huis gestuurd en moest er een plooirokje met van die galgjes overheen dragen. Ik was vier jaar, maar ik ben dat nooit vergeten, zoveel indruk heeft dat gemaakt. Later, in de zesde klas, toen zuster Nicolien een keer ziek was, spraken we met zijn allen af om alleen maar een broek zonder jurkje erover heen naar school aan te trekken. Vanaf die dag mocht het voortaan.’

Sylvia wilde kapster worden en na de lagere school ging ze een opleiding daarvoor volgen. Ze kwam op een leeftijd dat ze uit mocht gaan; naar Tuff Tuff, Jo’s Kelder (Old Cave) en in de Schuur kwam ze graag. In de vakantie ging ze met een vriendin langs jeugdherbergen in Nederland, dat was al heel wat. Toen Sylvia 18 jaar was had ze haar eerste vaste vriendje. ‘Dat was Ger. We kenden elkaar al van gezicht, want hij woonde ook in de straat, een stukje verderop. In Jo’s Kelder sloeg op een avond de vonk over.’

Haterse Hei

Twee jaar later trouwden ze. Eerst woonden ze een half jaar bij haar schoonouders in op Voorstadslaan 214 totdat ze een flat kregen aan de Fahrenheitstraat op de Haterse Hei. Zoon Michel werd daar geboren en in 1977, toen haar schoonouders vlak na elkaar kwamen te overlijden, gingen ze terug naar nummer 214. Haar man Ger was fotolasser en werkte lang in de bouw totdat hij met een versleten rug thuis kwam te zitten. Ook voetbalde hij lange tijd bij SCH. Hij overleed veertien jaar geleden aan kanker. Zoon Michel woont vlakbij aan de Marialaan.

Sylvia: ‘Mijn ouders hebben tot hun dood begin jaren negentig op Voorstadslaan 122 gewoond. Toen werd het huis verkocht. Nadat het leeggehaald was, heb ik nog eens door het huis gelopen. Dat greep me wel aan. Al die herinneringen. Ik mocht van de nieuwe eigenaars gerust nog eens terugkomen, maar dat heb ik niet gedaan. Het werd toch allemaal verbouwd. En hier op 214 heb ik ook altijd heel prettig gewoond. Het heeft een grote tuin, daar werk ik heel graag in.’

‘Heel lang geleden is er een keer ingebroken, maar ik voel me altijd veilig hier, hoor. We hebben altijd honden gehad, en die slaan wel aan als er iets is. Het verkeer is wel drukker geworden. Op dit stuk mogen ze maar dertig, maar niemand houdt zich daaraan. Het is ook slecht aangegeven. Als ze de verkeersdrempel naderen, gaan ze ineens op de rem staan.’

De Voorstadslaan begin jaren 80

Buurtbarbecue

‘Om de twee jaar is er een buurtbarbecue. Iedereen vanaf Ruud de Vries tot aan de Roerstraat wordt uitgenodigd. Maarten Mulder regelt dan alles. Hij zorgt voor het eten. Iedereen betaald twaalf euro en brengt zijn eigen drank mee. Het is altijd erg gezellig. De laatste keer waren er ruim dertig mensen. Wanneer er iemand nieuw is in de buurt, leer je die ook meteen kennen. We overlopen elkaar niet, maar als er iets is, kun je bij elkaar terecht. Ik ben jarenlang mantelzorgster geweest voor een oudere mevrouw, die een paar deuren verder woonde. Eén week voor haar honderdste verjaardag overleed ze.’

‘Waar nu de Griffioen zit, had je vroeger de meubelzaak van Van de Leeuwen, later Tapijt Ameling. Als ik fysiek niet meer hier kan wonen, kom ik daar misschien ook nog eens terecht. Dan wil ik wel een flatje aan de kant van de Voorstadslaan. Ik kan er al eten als ik dat wil. Er is een goed verzorgde catering. Er wonen al kennissen van me. Mensen die hier vroeger gewoond hebben. Het zijn mooie appartementen. Maar zo ver is het gelukkig nog lang niet.’

Huug Duin

Huug Duin

Tegenover Sylvia, in een rijtje van zes huizen, die allemaal op elkaar lijken woont op 293 Huug Duin met zijn vrouw Sandra en hun twee kinderen Bram van 19 en Stijn van 16. De oudste dochter Lotte van 20 is het huis uit en woont nu aan de Waterstraat. Huug is bijna 47 jaar.

‘Ik ben opgegroeid in Hees,’ begint Huug. ‘De familie van mijn moeders kant, Dinnessen, is er geworteld. Oma Dinnessen is geboren op de plek waar nu zwembad West ligt. Het waren tuinders. We woonden eerst aan de Bredestraat. Toen ik 8 jaar was kochten mijn ouders de oude pastorie aan het Kerkpad. Het is een rijksmonument met de Drentse naam de Olde Wehme. Sandra was daar mijn buurmeisje, we waren al jarenlang goed bevriend, maar in 1990 kregen we verkering na een gezellige avond bij café Goossens aan de Grote Markt. Dat is nu nog steeds een stamkroeg.’

Neptunusstraat

‘Vier jaar later zijn we samen gaan wonen in een flat aan de Neptunusstraat met uitzicht op het Dorpspark Hees. Erg leuk gewoond daar, maar we zochten wat groters en in 1997 kwam dit vrij. Mevrouw Ruitenbeek die hier woonde, ging naar een verzorgingstehuis en we hebben er zo’n 220.000 gulden voor betaald. Precies weet ik het niet meer. We hebben het in stapjes verbouwd en er ook een stuk aan laten bouwen. Er was geen badkamer en ook geen cv.’

‘We wonen prima. Ik ben alleen minder gelukkig met de directe omgeving en dan vooral hierachter. Vroeger stonden daar oude bedrijfsloodsen, er was ook nog een videotheek. Er gingen de wildste verhalen rond wat daar allemaal gebeurde. Er zou een weedkwekerij gezeten hebben en zelfs pornofilms opgenomen worden, maar of dat allemaal waar is, weet ik echt niet. We waren blij dat het allemaal opgeschoond zou worden, al zijn we met het resultaat, de Paladijn, niet bijster tevreden. Om te beginnen de hoogbouw. Die past hier niet in de omgeving. Het hele binnenterrein is altijd vies, er ligt veel zwerfvuil. De plantenbakken zien er niet uit. Het schijnt dat de gemeente zich er niet voor verantwoordelijk voelt, omdat de projectontwikkelaar ze er neergezet heeft. Ik zou graag eens met die man daar rond willen lopen, en vragen of dit echt allemaal de bedoeling was. Het is er relatief rustig, omdat er veel bejaarden wonen en omdat de studio’s op de begane grond nog altijd leegstaan; de huur is te hoog. Op het moment dat ze gingen bouwen daar, stonden hier bijna alle huizen te koop, maar dat was puur toeval.’

Ouwehands Dierenpark

Huug is zelfstandig muziek- en theatermaker. Zijn hele leven is hij met muziek bezig. Hij speelde op bruiloften en partijen, soms met een groep, vaak ook solo als pianist, zoals bij het Holland Casino. Na de middelbare school zat hij op de lerarenopleiding Nederlands met dramatische expressie, en die combinatie hielp hem veel met het schrijven van teksten. Hij werkte voor televisie onder andere mee aan Telekids en de laatste tien jaar is Ouwehands Dierenpark zijn grootste opdrachtgever. Huug: ‘Ja, ja, van de panda’s en eigenaar Marcel Boekhoorn. Ik heb voor een familieprogramma een karakter ontwikkeld, Bamboo Bill, die allerlei avonturen beleeft. Nu in de schoolvakanties sta ik daar zeven dagen in de week en doe dan twee voorstellingen op een dag. Verder maak ik bedrijfsfilms, schrijf muziek voor theatergroepen, dat soort dingen.’

Dealer

Terug naar de straat. Hoe zit het met de criminaliteit en andere overlast? ‘Alles wat ooit in de achtertuin stond, is verdwenen,’ gaat Huug verder. ‘Fietsen, plantenbakken, tuinmeubilair, daarom hebben we na enkele jaren een hek geplaatst dat op slot gaat, als er niemand thuis is. Er wordt ook veel gedeald in de buurt. Op de hoek van de Roerstraat, boven de Jumbo zit een dealer en ook op andere plekken in de Paladijn. Ze zouden daar een huismeester aan moeten stellen. Wat? Hebben ze die? Dat werkt niet echt dan. Bij het uitlaten van de hond ben ik, en mijn zoon ook trouwens, wel eens lastig gevallen door een type dat duidelijk onder invloed was. Daar zit je niet echt op te wachten. Het is allemaal kleine criminaliteit, echt heel veel last heb je er niet van. Dat geldt ook voor het zwerfvuil en de hondenpoep. Dat wordt wel steeds erger de laatste tijd.’

‘Met de buren hebben we redelijk contact. Je groet elkaar en als er iets is, kun je bij elkaar terecht. We konden dit jaar helaas niet naar de barbecue. Dit huis is uit 1928. Het hele rijtje stamt uit die tijd. Van de huizen tot aan Diny’s Wolwinkeltje wonen wij nu het langste hier. Ze zijn een beetje gehorig. De tuinen  lopen allemaal scheef. Dat is bij de bouw zo ontstaan. Toen liepen de tuinen ook verder door naar achteren.’

Nijmegen 2000

‘Parkeren is nooit een probleem. Als ze bij de Griffioen een keer een feestje hebben, zet ik de auto wat verder weg. Er zit hier niemand op betaald parkeren te wachten. Het is een witte straat, maar dat geldt voor het hele Waterkwartier, als je dat vergelijkt met de Wolfskuil of het Willemskwartier. Kinderen gaan hier vaak naar basisschool de Lanteerne of de school bij de Stevenskerk. Dat is ook wel een verschil. Toen we een huis wilden kopen, was Nijmegen Oost of Hees te duur. Nu zou ik niet gauw meer willen ruilen. Ik hou steeds meer van deze plek, maar ook van deze stad. Ik kom regelmatig met mijn vrouw in het buitenland, maar er is weinig wat op kan tegen Nijmegen. Het bruist enorm en er hangt altijd een gemoedelijke sfeer.’

Die liefde voor de stad maakte dat Huug in 2005 ter gelegenheid van de viering Nijmegen 2000 misschien het mooiste loflied op Nijmegen schreef.

Samen met jou

Geef me je hand en houd me goed vast,
Dan neem ik je mee naar een heerlijke stad.

Want tegen de heuvels ligt een plaats aan het water,
Die ik heel mijn leven al lief heb gehad.

Ik zit in de trein en ik kijk in je ogen,
Terwijl de trein wegrijdt, bij station Lent,

We hoeven alleen de spoorbrug nog over,
Tot je met mij aan het eindstation bent.

En vanavond dan stel ik je voor aan mijn stad,
M’n vrienden, de kroegen, het bier en de wijn,

Ik wil met jou….in Nijmegen zijn

 Refr.

Samen met jou in deze stad, Samen met jou in deze stad
Lang en gelukkig wil ik er leven,
als in een sprookje, m’n liefste, m’n schat,
Samen met jou in deze stad

 

Tekst: Michiel van de Loo
Foto’s: Dave van Brenk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.