Ruud de Vries wil nog maar één ding: rust

Ruud is al twee keer heel uitgebreid geïnterviewd voor De Wester. Hij maakte acht jaar deel uit van de redactie. In het kader hieronder een hele korte samenvatting van de eerdere interviews met Ruud. Ook zullen we stilstaan bij het feit dat 24 december zijn winkel  ’t zit ‘m in de lijn voor het laatst open zal zijn. Maar dit verhaal zal vooral gaan over wat hem de afgelopen jaren is overkomen. Al is ‘overkomen’ niet helemaal het juiste woord. Ruud was overal zelf bij en had op cruciale momenten andere keuzes kunnen en moeten maken. Ruud zal dat ook nooit ontkennen.

De Wester is er niet op uit een sensatieverhaal te schrijven. Dit is een feitelijk relaas van de gebeurtenissen met als doel: alle wilde verhalen die rondgaan, de kop indrukken. Daarom wil Ruud, exclusief aan De Wester, vertellen wat er zich de afgelopen twee jaar heeft afgespeeld.

Ruud is geboren in 1944 in het Waterkwartier aan de Niersstraat. Als hij bij de verkenners uit een boom valt, krijgt Ruud het dringende advies om vooral zittend werk te zoeken. Hij besluit klokken- en horlogemaker te worden. Hij heeft talent voor het vak en opent in 1976 zijn eerste zaak aan de Waterstraat. Dat zal een valse start blijken, want al na negen dagen gaat het pand in vlammen op. Hij herpakt zich en in 1978 opent hij zijn winkel op de hoek van de Voorstadslaan met de Marialaan. Zijn ouders waren actief in het verenigingsleven en het was voor Ruud vanzelfsprekend dat hij dat ook ging doen. Er was geen vereniging in het Waterkwartier waar Ruud niet bij betrokken was. Ook financieel konden ze altijd op hem rekenen. Ruud had er de tijd voor, want een gezinsleven had hij niet. Ruud is gay en zonder er mee te koop te lopen, heeft hij er nooit een geheim van gemaakt. Met zijn eerste vriend Bert had hij 23 jaar een relatie. Ze hebben nog steeds contact met elkaar. In 2011 leert hij de 37-jarige Kevin uit Taiwan kennen; er wordt na drie jaar een samenlevingscontract afgesloten, maar uiteindelijk kiest Kevin voor een leven dichterbij zijn roots en het huwelijk wordt ontbonden.

Johan

Het is in de lente van 2020 dat Ruud op een datingsite Johan (niet zijn echte naam) leert kennen. ‘Hij was veel jonger dan ik, begin dertig, maar ik val nu eenmaal niet op leeftijdgenoten,’ begint Ruud. ‘Johan had nog nooit eerder een homoseksuele relatie gehad en zocht een oudere man. We hebben een aantal keren gechat, we wisselden foto’s uit. Hij zag er aantrekkelijk uit, charmant, had een goede baan als vertegenwoordiger en op Hemelvaartsdag spraken we voor het eerst met elkaar af bij een benzinestation tussen Utrecht en Amsterdam. Hij woonde daar niet ver vandaan. Bij die eerste ontmoeting was er meteen een klik. We vonden elkaars lot uit de loterij.’

CWZ

Ruud en Johan spreken vaker en steeds frequenter met elkaar af. Ze doen samen leuke dingen en delen dat soms op Facebook. Ze zijn gelukkig met elkaar; Johan logeert regelmatig bij Ruud en in februari 2021 lezen we op Facebook dat ze vriendschap gesloten hebben. Echter, nauwelijks een maand later, in maart, voelt Ruud zich op een ochtend niet zo lekker. ‘Ik dacht ik loop even naar mijn huisarts aan de Marialaan,’ vertelt Ruud. ‘Johan die hier geslapen had, ging met me mee. Het was goed mis met mijn hart. Mijn huisarts wilde geen enkel risico met me nemen en belde meteen de ziekenauto voor opname in het CWZ.  Omdat we midden in de pandemie zaten, mocht Johan niet mee met de ambulance. Hij ging terug naar mijn huis. Ik ga altijd heel voorzichtig om met al mijn privégegevens, maar toen even niet. Mijn laptop stond nog open op tafel. Zo haastig waren we vertrokken. Johan was nieuwsgierig; hij is gaan grasduinen en vond onder andere een rouwadvertentie van mezelf. Ik ben actief geweest bij St. Barbara en ik heb daar geleerd dat het heel verstandig is, dat soort dingen geregeld te hebben in plaats van de nabestaanden daarmee op te zadelen. Op die rouwadvertentie hoefde alleen de datum nog maar ingevuld te worden. Johan trok een andere conclusie, namelijk dat mijn laatste uur geslagen had. Op dat moment draaide hij door, vertelde hij me achteraf. Hij kon niet meer helder denken en handelde met een waas voor zijn ogen, al wist hij volgens mij donders goed waar hij mee bezig was. Hij neusde verder rond op mijn laptop, vond inlogcodes van mijn bankrekening en de rekening van De Wester, daar was  ik penningmeester van, en trok vervolgens die rekeningen leeg.’

Verslaafd

Ruud kan na een week in het ziekenhuis weer naar huis. Johan haalt hem op. Pas enkele weken later komt Ruud tot de ontdekking wat er gebeurd is. Hij kan geen bedragen meer overschrijven en wanneer er een bankafschrift op de mat valt, is het duidelijk. De rekening van De Wester is voor ruim 16.000 euro leeggeplunderd; de privérekeningen van Ruud voor een veelvoud daarvan. Natuurlijk weet hij meteen wie de dader is, al begrijpt hij daar niks van. Hij kende Johan op dat moment zo’n negen maanden en nog nooit had hij hem ergens op kunnen betrappen. Hij vertrouwde hem voor 100%. ‘Op dat moment had ik natuurlijk alle banden moeten verbreken,’ vertelt Ruud spijtig, ‘maar ik had hem al te diep in mijn hart gesloten. We hadden elkaar een paar maanden daarvoor eeuwige vriendschap beloofd. Ik wilde die belofte niet breken. Ik vond dat ik hem moest helpen, ondanks wat hij gedaan had en ondanks dat hij al dat geld er in een paar weken doorgedraaid had. Het was opgegaan aan online gokken, in casino’s en aan het snuiven van cocaïne. Johan was daar naar eigen zeggen in een paar weken tijd verslaafd aan geraakt. Dat er geld van De Wester weg was, hoopte ik in eerste instantie op te lossen via een lening bij de bank. Dat lukte niet. Ik heb toen de hoofd- en eindredacteur verteld wat er gebeurd was, maar ook gezegd dat het geld zo spoedig mogelijk weer op de rekening zou staan. Ik vertelde ze ook dat er aangifte was gedaan, dat was echter niet zo; ik had dat niet over mijn hart kunnen verkrijgen.’

Ruud had ook verteld dat hij geen contact meer had met Johan. Maar dat was niet waar. Toch leek het kwartje even de goede kant op te vallen. Johan had op een dag in mei online een positief bedrag van meer dan 100.000 euro bij elkaar gegokt. De Wester werd meteen schadeloos gesteld. Daar dachten ze dat Ruud dat uit eigen middelen had betaald. De Wester deed daarom geen aangifte. Nog niet. Ruud zelf werd ook schadeloos gesteld. Toen was er nog 60.000 euro over. Ruud smeekte Johan te stoppen, maar zo werkt het brein van een gokverslaafde niet. Johan deed er precies drie dagen over om dat hele bedrag te vergokken.

Handgemeen

Dan wordt het dinsdag 1 juni 2021. Johan is blijven slapen. Het begint net een beetje licht te worden. Ruud wordt gewekt door een geluid dat van zolder komt. De plek naast hem is leeg. ‘Ik ging de trap op naar boven,’ vertelt Ruud. ‘Daar trof ik hem aan. Achter de computer op een goksite. We hadden vlak daarvoor afgesproken dat hij daarmee zou stoppen en dat we hulp zouden gaan zoeken voor zijn gok- en cokeverslaving. Johan voelt zich betrapt en er ontstaat een handgemeen. Terwijl ik versuft en met een lelijke hoofdwond op de grond lig, neemt hij de benen. Hij heeft gelukkig wel het fatsoen 112 te bellen en binnen no time is de politie er. Ik word afgevoerd naar het ziekenhuis.’ De politie gaat in de wijk op zoek naar de dolende Johan. Hij kan nergens heen en laat zich gewillig door de politie meenemen. Nu ligt er wel een aangifte tegen hem, hij krijgt een contactverbod voor drie maanden opgelegd. De verwondingen bij Ruud vallen in zoverre mee dat hij diezelfde avond weer naar huis mag. Johan wordt na drie dagen weer vrij gelaten.

Aangifte

Het contactverbod wordt na één week al geschonden. Het lukt Ruud niet Johan de deur te wijzen als hij weer eens heel zielig op de stoep staat. Hij weet Ruud ervan te overtuigen dat hij écht af wil kicken van zijn verslavingen. Ruud vindt vier klinieken die wel een intakegesprek met Johan houden. Maar de een na de ander oordeelt uiteindelijk geen plek voor hem te hebben. Die gok- en cokeverslaving is maar voor 20% het probleem. Naar hun mening is de andere 80% het gevolg van een persoonlijkheidsstoornis.

Inmiddels is het juli. Ruud is ervan overtuigd dat hij voldoende maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat zijn eigen rekening en die van De Wester opnieuw geplunderd kunnen worden. Helaas, niet afdoende. Begin juli wordt de rekening van De Wester opnieuw leeggeplukt voor 10.000 euro en ook de privérekening van Ruud wordt leeggehaald. De Wester kan niet anders dan aangifte doen en stelt de penningmeester, Ruud, hiervoor aansprakelijk. In augustus verschijnt in de Gelderlander een artikel over de diefstal bij De Wester en in de wijk doen de eerste verhalen de ronde. De gemeente komt het wijkmagazine tegemoet, maar nummer 4 van 2021 zal nooit verschijnen.

Jellinekkliniek

Ongeveer een jaar geleden denkt Ruud het voor elkaar te hebben. De Jellinekkliniek in Utrecht wil Johan wel opnemen. ‘Wanneer er eindelijk plek is en we ons vroeg in de ochtend moeten melden,’ vertelt Ruud, ‘boekte ik de avond daarvóór vlak bij Utrecht een hotelkamer voor ons, zodat we zeker op tijd zouden komen. Johan leek toen nog van goede wil, maar toen we ’s ochtends moesten vertrekken, nam hij ineens de benen. Hij wilde niet. Op dat moment brak er bij mij iets. Dit was niet alleen voor hem de laatste kans, maar voor mij was het hiermee ook klaar. Wat kan ik nog als hij niet geholpen wíl worden?’

Stalken

Ruud is dan wel klaar met Johan, maar omgekeerd is dat nog lang niet het geval. ‘Hij ging rondzwerven door Nederland,’ gaat Ruud verder. ‘Hij had geen werk meer, zijn auto was-ie kwijt, zijn rijbewijs had hij in moeten leveren en hij werd een kleine crimineel, want die verslavingen kosten geld. Hij heeft taakstraffen gehad, in de gevangenis gezeten, hij moet zich om de zoveel tijd bij de reclassering melden. Dat laatste weigerde hij tot drie keer toe en dan beland je op een opsporingslijst. Hoe ik dit allemaal weet? Hij belt me om de haverklap. Je hebt van die Lebara telefoonkaarten; daar kun je mee bellen zonder dat de ontvanger van het gesprek kan zien, waar dat gesprek vandaan komt. Je ziet telkens een ander 06-nummer. Ik heb een zaak hier, dus ik kan een telefoon niet laten rinkelen, het kan een klant zijn. Vaak is het Johan. Dan praat -ie op me in. Hij stalkt me dagelijks. Ik ben zijn laatste strohalm. Qua familie heeft ‘ie alleen nog contact met zijn moeder. Hij komt uit een gebroken gezin. Zijn ma regelde nog een stacaravan voor hem in Harderwijk. Wegens wangedrag moest ‘ie daar na een paar weken alweer vertrekken. Zijn moeder haalde hem op en wat doet ze dan? Ze rijdt met Johan naar Nijmegen en zet hem hier voor de deur af. Ik heb hem laten staan.’

Doorgedraaid

Was Ruud maar altijd zo sterk geweest. Afgelopen juli vindt het volgende incident plaats. ‘Hij staat hier ineens, vrij laat, met een wildvreemde man voor de deur,’ vertelt Ruud. ‘Johan had die man leren kennen in het casino. Ik weet nog steeds niet wat ze eigenlijk kwamen doen, maar ik vertrouwde het voor geen meter. Ik weet die man weg te werken, maar Johan moet ik binnen laten. Ik kon op dat moment moeilijk anders. Hij blijft slapen, maar als ik de volgende morgen wakker word, is hij verdwenen samen met mijn autosleutels en mijn auto. Enkele uren later komt-ie terug. Zonder auto. Die staat met vier lekke banden ergens in Dukenburg. Kapot gereden op stoepranden. Ik ga naar Kwik-Fit en we halen mijn auto op. Wanneer ik terug kom, staat er een bankstel op de stoep. Het komt van de bovenste verdieping, die Johan aan het leeghalen is. Hij maakt een compleet doorgedraaide indruk. Hij zegt dat ‘ie bij mij komt wonen. Ik was bang van hem en durfde niet meer naar binnen. Ik belde 112. Daar kijken ze niet vreemd meer op als er van mij een alarmerend telefoontje komt. Als hij beeft dat de politie onderweg is, barricadeert hij met het bankstel de voordeur.  Johan vlucht dan naar de slaapkamer op de eerste verdieping en via het raam aan de zijkant probeert hij weg te vluchten. Op de Schipbeekstraat pakken ze hem op. Hij moet mee naar het bureau, maar staat wederom na drie dagen alweer op straat.’ Ruud wordt er moedeloos van.

Regenpijp

Eén maand later, in augustus, staat hij op een ochtend om kwart over zeven alweer op de stoep. Ik laat hem niet binnen, die knop heb ik omgezet. Hij is met een auto, God weet waar vandaan, daar gaat-ie in zitten en valt prompt in slaap. Waarschijnlijk heeft ie de hele nacht doorgehaald. Passanten zien hem zitten, vertrouwen het niet en bellen de politie. De politie neemt hem mee, maar kan hem niks ten laste leggen. Ze brengen hem terug naar zijn auto, hier voor de deur. Hij slaapt zijn roes uit en rijdt daarna met de auto richting Utrecht. Daar wordt hij vanwege zijn rijgedrag aangehouden. Ze treffen drugs in de auto aan en ze nemen hem mee naar de gevangenis in Houten. Na drie dagen zetten ze hem daar ergens om 0.30 uur in the middle of nowhere in de polder af. Ik ben de enige die hij dan nog kan bellen. Het lukt me opnieuw niet hem aan zijn lot over te laten. Ik haal hem op en zet hem af bij zijn auto op het parkeerterrein, waar de politie hem had aangehouden.’

‘Als ik op een zaterdag in september om 17.00 uur de winkel op slot gooi, zie ik hem opnieuw ineens staan. Hij wil naar binnen, maar ik doe razendsnel de luiken naar beneden. Daarop gaat hij naar de achterkant en klimt via de regenpijp omhoog om daar via een raam binnen te dringen. Weer de politie erbij, die laten hem na een paar uur weer gaan en Johan heeft die nacht tussen de auto’s in de Koekoekstraat geslapen.’

Dodelijk ongeluk

Vlak hierna wordt Johan opnieuw opgepakt en verdwijnt voor een paar dagen achter de tralies in Grave. Als hij daar ontslagen wordt brengen ze hem naar een forensisch psychiatrische inrichting in Rotterdam. Daar wordt hij na twee weken weer ontslagen. Alsof na veertien dagen alle problemen zijn opgelost!

Wanneer ik bij Ruud dit interview afneem, gaat plots de telefoon. ‘Weer een onbekend nummer,’ zegt Ruud wanneer hij op het scherm kijkt. ‘Ik laat hem gewoon overgaan en als dat vaker dan 5 of 6 keer is, weet ik dat hij het is. Een ander heeft de verbinding dan al lang verbroken. Zo gaat het elke dag een paar keer,’ verzucht Ruud. ‘Een paar weken geleden nog stond-ie ineens weer in de winkel. Contactverboden lapt hij aan zijn laars. Ik heb meteen 112 gebeld. De politie haalde hem op, maar liet hem een paar uur later weer vertrekken. Het is een herhaling van zetten. In feite wordt hij aan zijn lot overgelaten. Ook de zorg stuurt hem van het kastje naar de muur. Ik heb op mijn knieën gelegen om hem opgenomen te krijgen. Casino’s en goktenten in Nijmegen en omgeving had ik zover dat hij overal geweigerd werd, maar ook dat wist hij na een paar weken te omzeilen. Hij heeft me zóveel ellende bezorgd en toch zit ie ergens nog in mijn hart. Ik heb vaak gedacht, dat ik zou willen dat ie een dodelijk ongeluk kreeg, dat ie meteen onherroepelijk uit mijn leven verdwenen zou zijn. Menigmaal dreigde hij naar Van der Valk te gaan en daar naar beneden te springen. Doe maar, zei ik dan. Doe maar. Oh, je wilt me dus dood hebben, was dan zijn antwoord.’

Rust

Er zijn momenten geweest, dat Ruud het idee had overal alleen voor te staan. Zelfs zijn familie liet hem in de steek. Zij konden maar niet begrijpen dat Ruud tóch telkens weer Johan in bescherming nam en ze waren zijn leugens beu. ‘De banden met mijn familie zijn gelukkig weer hersteld’, vertelt Ruud. ‘Er zijn veel mensen benadeeld, daar ben ik me zeer van bewust, dat spijt me heel erg en ik wil uiteindelijk iedereen schadeloos stellen. Daar heb ik straks ook de middelen voor nu ik het pand verkocht heb. Lichamelijk heb ik behoorlijk ingeleverd de afgelopen jaren. Ik heb een implantaat bij mijn hart en ik word 24/7 gemonitord. Ik meet elke dag mijn bloeddruk en hartslag en geef het resultaat door aan het ziekenhuis. Nee, ik wil absoluut niet in de slachtofferrol. Het is mijn eigen verantwoordelijkheid waar ik de afgelopen jaren in terecht ben gekomen. Nu zijn het lange dagen en drukke weken. Ik ben doodmoe als ik om 17 uur de winkel dichtgooi. Ik voel pijn als ik op mijn bed ga liggen. Meestal val ik in mijn luie stoel in slaap. 1 februari moet ik het hier leeg opleveren; 24 december is de winkel voorgoed gesloten. Ondertussen moet ik ook naarstig op zoek naar nieuwe woonruimte. Ik wil iets vinden waar ik het meteen naar mijn zin zal hebben. Niet dat ik na een paar maanden wéér moet verhuizen. De makelaar kijkt rond, maar ikzelf ook. Het liefst vind ik iets aan het Waalfront, maar het kan ook de voormalige kazerne in Oost worden of Belvoir als er iets vrij komt. Mijn gereedschap houd ik, dat neem ik mee. Ik wil graag nog een beetje aan kunnen klooien. Ik heb zestig jaar gewerkt, helemaal nietsdoen is geen optie. Ik zal in het verenigingsleven, zoals carnaval, actief blijven. Nee, aan een relatie begin ik niet meer. Ik wil nu vooral rust.’

 

6 Reacties op “Ruud de Vries wil nog maar één ding: rust”

  1. Oh Ruud, wat ben je toch een prachtig mens. Dat hier op deze manier misbruik van wordt gemaakt breekt mijn hart. Laat deze Johan nooit weten waar je gaat wonen. Neem een ander telefoonnummer en ga genieten van alles waar je plezier aan beleeft. Lieve groeten van Sonja en Wilkens. Wij dragen onze trouwringen, die jij met zoveel zorg voor ons mede mogelijk hebt gemaakt, nog steeds met trots!

  2. Ruud, wat een heftig verhaal. Ik vind het vreselijk dat je dit is overkomen en kan me voorstellen dat je je niet kon afsluiten voor hem. Ik wens je veel rust rn een mooie woonplek toe.
    Warme groet,

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.