Lingestraat

Tekst: Michiel van de Loo
Foto’s: Dave van Brenk

De Linge is een 100 kilometer lange rivier die in de Betuwe van Doornenburg tot Gorinchem stroomt. Grote delen van de Linge zijn niet bevaarbaar voor gemotoriseerde schepen. De gemeenten Lingewaard en Lingewaal ontlenen hun naam aan de Linge. De Lingestraat in Nijmegen was vroeger een veldweggetje dat in de periode 1924 tot 1940 van de Waterstraat naar de Biezenstraat liep, zo lezen we in de stratenlijst van Rob Essers. Het noordelijke deel werd in 1940 verlegd en het gedeelte ten zuiden van de Niersstraat moest in 1949 plaatsmaken voor woningbouw. Sindsdien loopt de Lingestraat evenwijdig aan de Rivierstraat van de Niersstraat tot aan de Biezenstraat.  Woningbouwvereniging Nijmegen – nu Portaal – bouwde er in 1940/1941 veertig huurwoningen. Méér huizen staan er ook niet in de straat.

Wim en Monique

Wim en Monique

De Wester ging op bezoek bij Monique de Haas op nummer 2. Ze had haar oom, Wim de Haas, bij het gesprek uitgenodigd, want hij was een van allereerste bewoners hier. ‘Mijn ouders waren vlak na het bombardement op Rotterdam naar Nijmegen verhuisd,’ vertelt Wim. ‘Ze konden in de nieuwbouw aan de Lingestraat 38 terecht. Moeder was op dat moment zwanger van mij. Er zouden in totaal zes kinderen komen. Drie jongens en drie meisjes. Toen was het huis ook wel vol. De moeder van Monique was de jongste. De kleuterschool was bij het klooster aan de Biezenstraat en de lagere school stond aan de Waterstraat.‘

De vader van Wim was timmerman, werkte onder andere bij de gasfabriek, en pakte na de oorlog elk karweitje aan waar geld mee te verdienen was. Totdat hij in 1953 getroffen werd door een beroerte. Wim:  ‘Hij was half verlamd en kon nauwelijks meer praten. Toen stond moeder er ineens alleen voor met zes kinderen. Hoe ze het gedaan heeft, weet ik niet, maar we zijn nooit iets te kort gekomen.’

Ponywagen

‘We speelden altijd buiten,’ gaat Wim verder, ‘er was ruimte zat. Een eindje verderop was een kolk met weiland erom heen. Daar waren we vaak. Niet helemaal ongevaarlijk, want daar is nog ooit een meisje van Van de Berg verdronken. Toen ik een jaar of dertien was, ben ik bij groenteboer Vink aan de Biezenstraat gaan werken. Die reed met een pony en kar door de wijk. Die pony hoefde je niks te leren, die kende vanzelf de weg. Toen de zoon van Vink in dienst moest, heb ik vrij van school gevraagd om daar voor vast te werken. Toen was ik veertien. Dat ging allemaal prima tot op een dag de pony een geparkeerde fiets tegen de stoeprand in de Rivierstraat over het hoofd zag. Daar lette dat beest niet op, dus die fiets kwam onder de wielen van de kar. De eigenaar was een vertegenwoordiger. Een hoop gedoe, politie erbij, en het einde van het liedje was dat ik niet meer met de pony mocht rijden. Moest ik voortaan op een transportfiets de bestellingen rondbrengen. Toen Vink de ponywagen verkocht, hoefde het voor mij niet meer en ben ik vertrokken.’

Matroos

‘Daarna ging ik met mijn broer werken bij de Mookse Plassen. Die werden met een sleepboot uitgebaggerd. ’s Morgens om vijf uur uit de veren, op de fiets er naar toe, hard werken en ’s avonds tussen zeven en acht uur was ik weer thuis. Dan was het eten en daarna viel ik vaak meteen als een blok in slaap. Het werk was zo vermoeiend dat ik een keer tijdens een pauze even was weggedommeld en een van de bazen mij wakker sloeg. Toen werd ik zó kwaad, dat ik meteen ontslag genomen heb.’

‘Ik werkte later ook nog bij de schuurlinnen-keet van Eekhof. Toen we een keer op een zondag op de hoek van de Rijnstraat en de Biezenstraat wat stonden te kletsen met een aantal lui, dat deden we daar vaker, kwam er een man op ons af. Hij zocht een matroos en of ik iemand kende. Jazeker, ik! Kun je morgen beginnen? Geen probleem. En zo zat ik vanaf die dag op de vaart.’

Rin Tin Tin

‘Vormen van criminaliteit of overlast in de straat kan ik me nauwelijks herinneren uit die tijd,’ vertelt Wim. ‘De deur stond altijd open of er hing een touwtje uit de brievenbus. Er was ook niks te halen. Iedereen zat vaak op straat. Er was wel een burenruzietje, als er teveel gedronken was. Een verloving of bruiloft werd achter in de tuin gevierd. Dan was er vaak muziek met accordeons en zo. Erg gezellig. Dat kon ook spontaan gebeuren. Ik kende de hele straat. De een wat beter dan de ander. Sommige kameraden uit die tijd, zie ik nog steeds. We haalden niet veel kattenkwaad uit, er woonde toentertijd ook een politieagent in de straat, die alles in de gaten hield, dus dan paste je wel op, maar we waren wel altijd bezig. Zoals het ophalen van oud ijzer. Als je dat wegbracht en liet wegen, kreeg je er een kwartje voor en kon je weer naar Asta, de bioscoop aan de Krayenhofflaan, kijken naar Rin Tin Tin.’

‘Toen ik eenmaal op de vaart zat, kwam ik nog maar zelden thuis. Ik zat vooral in de steenkolenhandel, daar kwam ik veel lui uit de Kuul tegen. Daar werd goud geld mee verdiend. Tussendoor kwam de militaire dienst, ik kreeg verkering met Els, we trouwden en sinds 1972 wonen we nu in Lindenholt met veel plezier, maar ik kom nog regelmatig bij mijn nichtje Monique in de Lingestraat op bezoek.’

Juffrouw Tromp

Monique is in 1967 geboren op nummer 38, het huis waar haar oom Wim opgroeide. Toen ze daar allemaal uitgevlogen waren, bleven haar moeder en grootouders achter. Opa overleed toen ze twee jaar oud was. Voor de kleuterschool zat ze bij de nonnen. ‘Juffrouw Tromp herinner ik me nog wel,’ begint Monique. ‘Die was heel klein. Ik denk dat ze me graag mocht, want ze was altijd leuk en lief voor me. Voor de lagere school ging ik naar de zogenaamde witte school aan de Biezenstraat. Daarna nog de huishoudschool aan de Sperwerstraat en een opleiding voor kinderverzorgster gevolgd. Ik heb eigenlijk vooral vrijwilligerswerk gedaan, en dan speciaal voor de jongeren in de wijk. Met plezier denk ik terug aan de tijd dat we de Jozefschool hebben gekraakt voor en met de jongeren uit de buurt.’

Een oranje versierde woning in de Lingestraat in 2010

Zwembad

‘Ik merkte dat er niks of weinig te doen was voor de jeugd. Dan gaan ze verkeerde dingen doen. Er waren vroeger regelmatig vechtpartijen tussen groepjes jongeren van hier met die uit het Willemskwartier en de Wolfskuil. De M.E. moest er wel eens aan te pas komen om de vechtenden uit elkaar te halen. Het was vooral mijn moeder die zich toen opgeworpen heeft om iets voor de jeugd te gaan doen. Er was in die tijd alleen een woensdagmiddagclub van broeder Loos, die gingen dan de hele middag kleien. Moeder was ook een van de beheerders van de speeltuin, een stukje verderop. Daar zat ook een zwembad bij. Als mensen bij mooi weer kwamen vragen of het bad ook ’s avonds nog even open kon, was dat nooit een probleem. Zo konden mensen tot het donker werd nog lekker zwemmen.’

Monique heeft op één jaar na altijd in de Lingestraat gewoond. Monique: ‘Ik was 21 jaar, en ik woonde toen aan de Waalstraat, in een van de huizen die op de nominatie stonden om gesloopt te worden. Ik kon er niet aarden en zat elke dag hier bij mijn moeder. Ik werd er ziek van heimwee en ik sprong een gat in de lucht toen ik in de straat terug kon komen, en sindsdien woon ik op nummer 2.’  Daar woont ze samen met haar partner Richard.

Drama

De Lingestraat is de afgelopen jaren een paar keer in het nieuws geweest. Vorig jaar hield een rattenplaag de gemoederen bezig. ‘Dat was met name aan de overkant van de straat. Daar zaten die ratten ook in huis en je zag ze ook over straat rennen. Je kon ze bij wijze spreken oppakken en aaien. Maar in huis hebben we hooguit een verdwaalde veldmuis gesignaleerd.’

Landelijk nieuws was een schietpartij in de straat in de vierdaagse week van 2007. Een ruzie tussen twee families  in buurtcafé Copa Cabana aan de Biezenstraat werd op de Lingestraat voortgezet en eindigde met enkele schoten waarbij de 26-jarige Danny L. dodelijk getroffen werd. Monique: ‘We willen er het liefst niet aan herinnerd worden. Het was een traumatische ervaring voor de hele straat, want veel mensen hebben het zien gebeuren. We konden de straat niet uit of in. Ik heb het idee dat het leefklimaat in de straat sinds die gebeurtenis alleen maar minder is geworden.’

Een ander huiselijk drama speelde zich af in 2012. Een man uit Groningen sloeg zijn Nijmeegse vrouw van 35 enkele malen met een hamer op het hoofd en liet haar met zwaar letsel in de keuken liggen. Enkele uren later ging hij met hun 6-jarige dochter naar het politiebureau om zichzelf aan te geven.  Monique: ‘Het was eind juli, we hadden de hele avond buiten voor de deur gezeten. Het moet toen allemaal gebeurd zijn, hier schuin tegenover, maar we hebben er niks van gemerkt. Het kindje is naar een pleeggezin gegaan, en de moeder heb ik toen nog in het ziekenhuis opgezocht. Ze is wel wat opgeknapt, maar nooit meer 100% geworden. Ik geloof dat ze nu ergens in Heseveld woont.’

Jostiband

Maar de Lingestraat komt ook wel eens positief in het nieuws. Wanneer je op Wikipedia naar oranjemania googelt, krijg je een foto van de Lingestraat uit Nijmegen te zien. Monique: ‘Bij een EK of WK wanneer onze jongens ook meedoen, gaan we alle huizen langs om geld op te halen en iedereen doet dan mee. We kopen veel oranje vlaggetjes natuurlijk, maar ook van de deelnemende landen, en daar wordt de hele straat mee versierd. Met carnaval hebben we dat ook vaak gedaan. Dan is er een competitie met andere straten uit de omgeving, zoals de Schipbeekstraat en de Reggestraat. Toen het thema Disney was heeft de Lingestraat nog gewonnen. Toen konden nog spontaan straatfeesten ontstaan. Dat iedereen een muziekinstrument voor de dag haalde en dan leek het wel de Jostiband die speelde,’ lacht Monique.

De huizen zijn gehorig. Het is leven en laten leven, wat dat betreft. Ook klagen Monique en Richard al jaren bij Portaal over de hal en de keuken die aan het verzakken zijn. Daar gaat volgend jaar iets aan gebeuren, is ze beloofd. De tuintjes in de straat werden vroeger ook beter bijgehouden. Monique: ‘Onkruid wieden kost geen geld.’ Het verloop is groot de laatste jaren, en dat komt vooral door figuren die in de straat rondhangen terwijl ze daar niks te zoeken hebben. Monique zelf denkt niet aan verhuizen. ‘Ik zou doodongelukkig worden op een andere plek.’

Ria van Cleff

Ria van Cleff

Helemaal aan de andere kant van de straat woont Ria van Cleff. Ze is in 1946 geboren in een bovenwoning aan de Vondelstraat. Maar het gezin met verder één broer verhuisde al snel naar de Maerlantstraat in het Willemskwartier. Haar vader was fabrieksarbeider bij Thermion dat in 1957 overgenomen werd door Philips. Ria ging in de Reestraat naar de openbare lagere school. Toen ze tien jaar was, werd dit de Wilhelmina Bladergroenschool in de Waterstraat, want er werd van woning geruild met Lingestraat 40. ‘Dat is nooit leuk voor een kind,’ begint Ria, ‘allemaal nieuwe kinderen, vreemde school, andere omgeving en ik was toch al een verlegen meisje. Je kon wel fijn buiten spelen, er was een grote zandvlakte hier tegenover. Daar was ik na schooltijd meestal te vinden, dan snel eten en afwassen en weer naar buiten totdat de straatlantarens aanfloepten, dan moest ik binnen zijn.’

Confectieatelier

Na de lagere school volgde de huishoudschool aan de Groesbeekseweg. ‘Daar ging ik op mijn toen gloednieuwe fiets naar toe,’ gaat Ria verder. ‘Er veranderde veel in mijn leven toen ik 16 was, mijn moeder werd ernstig ziek, kanker, en overleed erg jong. Net 54 jaar. Toen bleef ik hier met mijn broer en vader over en kwam het huishouden op mij terecht. Daarnaast werkte ik voor halve dagen in een confectieatelier, eerst aan de Groenestraat, later bij Hollandia aan de Hubertusstraat. Toen die failliet ging, heb ik allerlei poetsbaantjes gehad, maar ik had toch vooral de zorg voor het huishouden hier, waar mijn broer inmiddels vertrokken was en ik alleen met mijn vader overbleef. Hij overleed in  1990. Het huis stond op naam van mijn vader, maar Portaal vond het goed dat ik hier bleef wonen. Daar was ik erg blij om, want het is eigenlijk met drie slaapkamers te groot voor één persoon.’

Kliko’s

‘In al die jaren heb ik wel een aantal relaties gehad, één keer op het punt gestaan om samen te gaan wonen, maar die knoop nooit doorgehakt. Met mijn laatste vriend, die drie jaar geleden overleed, had ik twaalf jaar een latrelatie. Hij woonde aan de Muntweg en zijn familie zie ik nog regelmatig.’

‘Er is veel veranderd in de Lingestraat,’ vertelt Ria. ‘Om te beginnen lagen er vroeger geen drempels, maar ik ken bijna niemand meer. Nog maar een paar mensen die er heel lang wonen en mijn naaste buren. Soms lijkt het of de mensen allemaal schijt aan elkaar hebben. Er ligt vaak troep op straat, waarbij ik me afvraag waar het vandaan komt. Zie je die twee kliko’s aan de overkant? Die staan er al maanden. Niemand die zich daar om bekommert. En dan staat er weer een verdwaald boodschappenkarretje wat iemand achtergelaten heeft. Iedereen doet maar.’

Vuurwerk

‘Nee, ik zit nooit voor het huis. Ik heb een mooi tuintje hier achter, dus waarom zou ik. Met mijn buurman heb ik een leuk contact. Als er iets is, kan ik altijd bij hem terecht. Wanneer hij de barbecue aansteekt, waarschuwt hij me altijd, zodat ik de ramen en deuren dicht kan doen, want ik hou niet van die stank. In dit deel van de straat gebeurt maar weinig. Vooraan in de straat is altijd meer reuring. Die schietpartij heb ik ook meegekregen. Mijn vriend was hier, hij hoorde rumoer, ging kijken, ik mee naar buiten, ruzie en schelden over en weer, een hoop volk, en toen die knallen. Mijn vriend dacht aan vuurwerk, maar ik wist meteen dat het iets anders was. Die gewonde man is hier tegenover het pad in gevlucht en overleed in een achtertuin aan de Biezenstraat. Het was een erg vervelende tijd. Iedereen werd door de politie ondervraagd. Ik voelde me niet prettig de eerste dagen daarna, maar ja, het leven gaat door hè.’

Kupke Seeger

‘Ik krijg lang niet alles mee van wat er in de straat gebeurt. Van de hangjongeren vooraan in de straat heb ik in principe geen last. Hier vlak achter aan de Biezenstraat was een jaar of vijf geleden brand. Dat kwam door een wietplantage. Ik zie ook steeds meer verloop in de straat. Er wordt vaak verhuisd. Bij elkaar over de vloer komen zoals vroeger, gebeurt nauwelijks nog. Voor de boodschappen ga ik naar de Jumbo, vroeger zat alles om de hoek. Bakker Zegers, slager Looman, de Vivo, de melkboer en op nummer 19 hier in de straat zat Wim Kupke Seeger. Die verkocht alles en je kon er altijd terecht. Sigaretten per stuk voor een paar centen, hij frituurde, had ijsjes, drank, altijd handig als je snel iets nodig had.’

Ria: ‘Verhuizen doe ik niet. Ik zit hier prima en goedkoop. Ik betaal relatief weinig huur en daar gaat de huursubsidie nog van af. In 1982 is hier alles gerenoveerd. Toen is de keuken bij de kamer getrokken en is er een bijkeuken aangebouwd. Iets later kwam de dubbele beglazing. Volgend jaar krijgen we geloof ik een nieuwe schuur met zonnepanelen. Voor mij hoeft dat niet, maar we zien het allemaal wel. Met Portaal nooit problemen gehad. Als er iets is, komen ze meteen.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.