Maasplein

De Maas is een 950 kilometer lange rivier die ontspringt op het plateau van Langres in Frankrijk en via België en Nederland uitmondt in de Noordzee. In Nijmegen wordt bij de naamgeving van (water)wegen vier keer naar de Maas verwezen. We kennen het Maas-Waalkanaal, het Maas-Waalpad (de snelle fietsroute tussen Cuijk en Nijmegen) en in het Waterkwartier de Maasstraat, die uitkomt op het Maasplein. Alleen de laatste twee namen zijn officieel door de gemeenteraad vastgesteld en kennen we sinds 1921, lezen we in de stratenlijst van Rob Essers. Volgend jaar dus precies een eeuw.

Ger Gerrits

Hoe is en was het wonen aan het Maasplein? De Wester ging op bezoek bij Ger Gerrits. Hij woont nu op de plek waar vroeger het badhuis stond. ‘Ik ben geboren in 1948 aan de Kanaalstraat,’ begint Ger, ‘maar datzelfde jaar nog verhuisden we naar de Rijnstraat 60. Daar woonden erg veel grote gezinnen. Bij Smitjes, Van Megen en Peters hadden ze tien kinderen, Bij Xhofleer zelfs zestien. Wij waren nog maar met twee thuis. De oudste, Rinie, een meisje, was bij het bombardement in februari 1944 omgekomen. Mijn ouders woonden in bij mijn oma Achter Valburg bij de Parkweg. Die straat kreeg een paar voltreffers. Rinie was maar vier jaar.’

Ger ging naar de kleuterschool achter de Theresiakerk en voor het lager onderwijs naar de witte school aan de Biezenstraat. Daarna ging hij meteen werken. ‘Samen met mijn broer op het slachthuis, maar al snel de bouw in gegaan,’ vertelt Ger. ‘Daar was via de koppelbazen veel meer in te verdienen. Ik deed veel steigers bouwen. Vaak bij kerken. Ook in Duitsland, Keulen bijvoorbeeld. Pas later ben ik bij Berntsen en Braam gaan werken. Daar ben ik tot mijn pensioen gebleven.’

Schot

Ger denkt met weemoed terug aan de Rijnstraat. ‘Bijna iedereen had een bijnaam. Ik was de schiere, omdat ik nogal mager was, pa, die dakdekker was, noemden ze kop Gerrits en mijn broer Sander was de snoek. Als we de hele week in Duitsland hadden gewerkt, stonden de oudjes ons al op te wachten wanneer we vrijdag ’s avonds thuiskwamen. Die hadden geen cent te makken, en wij zorgen dat we altijd enkele kratten bier bij ons hadden. Dan stonden de teilen met ijs al klaar en was het feest. Lui die op het slachthuis werkten, wisten vaak speklappen mee te smokkelen, dus aan eten ook geen gebrek. Johnny Meijer en de Witte Janssen speelden accordeon, die zorgden voor de muziek. Mooie tijd. Mensen zaten altijd op straat. Zaten aan de ene kant de vrouwen te breien en aan de overkant de mannen te drinken. En als er gedronken werd, liep het ook wel eens uit de hand. Ik weet nog steeds niet wat er nu precies aan de hand was, maar er werd een schot gelost. Die kogel floot bij de voordeur naar binnen en achter door het wc-raampje weer naar buiten. Mijn vader liet niet over zich heen lopen en ik denk dat er bonje was met iemand anders uit de straat.’

Mientje Barten

Via een buurmeisje, Thea Smitjes, leerde Ger haar vriendin Mientje Barten kennen. Mientje kwam oorspronkelijk uit de Azaleastraat in de Wolfskuil. Ze had al een dochter uit een eerdere relatie en woonde inmiddels in Heseveld aan de Simon Stevinstraat. Toen Ger en Mientje in 1977 trouwden, trok hij daar bij haar in, maar ze verhuisden al heel gauw terug naar het Waterkwartier naar het Maasplein. ‘Pal naast het badhuis,’ vertelt Ger, ‘maar dat was toen al gesloten. Vroeger gingen we daar twee keer per week, op woensdag en zaterdag, naar toe, want een douche in huis had niemand. De mannen gescheiden van de vrouwen, want anders zou het een zootje worden haha. Kinderen betaalden een kwartje, de volwassenen 35 cent. Piet Joosten zong altijd onder de douche. Deed-ie Louis Armstrong na. Dan mocht-ie er langer onder blijven staan.’

Voor het allereerste badhuis in Nijmegen waren de Romeinen verantwoordelijk. Op het terrein van de Honig moet omstreeks 160 na Christus een badhuis hebben gestaan. Opgravingen maakten duidelijk dat het een gebouw van 90 bij 90 meter moet zijn geweest. Op het huidige Maasplein stonden twee forse tempels. Het Maasplein en omgeving is dan ook het oudste deel van het Waterkwartier. In 1921 werden hier 314 arbeiderswoningen gebouwd. Op 5 augustus 1922 opende het badhuis aan het Maasplein 9. Eén jaar na het badhuis aan de Tulpstraat in de Wolfskuil. De badhuizen werden beheerd door Woningvereniging Nijmegen, het latere Portaal. Eventuele exploitatietekorten, die er altijd waren, werden door de gemeente aangevuld. Vrouwen mochten 30 minuten douchen en mannen moesten in 25 minuten klaar zijn. De badmeester hield die tijd nauwkeurig in de gaten en sloeg vijf minuten voor het verstrijken van de tijd met een stok op de deur. Na de Tweede Wereldoorlog werden er geen huizen meer zonder douche gebouwd en ook de zwembaden gingen concurreren met de badhuizen. Het badhuis aan het Maasplein sloot in 1975; de Tulpstraat zeven jaar later. Ger: ‘Na de sluiting had eerst Chrisje van de Heuvel er zijn verhuurwinkel en daarna kwam er een fysiotherapeut in.’

Het oude badhuis op het Maasplein in de jaren 70. Op deze plek staat nu flat Mercurius

Johan Derksen

Johan Derksen (Voetbal Inside), geboren in 1949, was tot zijn twaalfde jaar heel vaak te vinden bij zijn grootouders aan het Maasplein. In zijn column in Voetbal International schreef De Snor in 2012: ‘Op zaterdagmorgen was het feest, dan ging ik naar het badhuis op het Maasplein. De huizen in volkswijken hadden destijds nog geen badkamers met douche. Daarom gingen de buurtbewoners naar het badhuis voor de wekelijkse poetsbeurt.’ Over het Waterkwartier zelf schrijft Johan: ‘We waren één grote familie in het Waterkwartier. Iedereen haalde de boodschappen bij de Coöpwinkel van Slotje. Wim Vink, een vrouwonvriendelijke platte Nijmegenaar, die ik nooit zonder bolknak in zijn mond zag, was de groenteboer en de hele wijk ging met hetzelfde bloempotkapsel door het leven, waarop buurtkapper Van Haren patent had. Café de Industrie was het clubcafé van S.C.H., waar de mannen uit de buurt gingen biljarten en vaak liederlijk dronken werden. Ik was meer gefixeerd op het belletje van Van Dam, de ijscoman die, keurig in een wit uniform, met gemotoriseerde bakfiets het Waterkwartier afstruinde. In de Waterstraat was een snoepwinkel en in de Biezenstraat exploiteerde Janus Geurts zijn sigarenwinkel annex postkantoor. Daar haalde mijn opa kaarten in de voorverkoop van N.E.C. en hij kocht er zware shag met Rizla-vloei, want daar kreeg je voetbalplaatjes bij.’ Johan was een groot fan van Tini van Reeken. Het kan geen toeval zijn dat ook Tini opgroeide aan het Maasplein, nummer 5. Tot 1957 voetbalde de stijlvolle, makkelijk scorende linksbuiten bij S.C.H. Daarna ging hij naar N.E.C. Hij schoot in 1967 rood-groen-zwart voor het eerst de eredivisie in.

 

Appels

Terug naar Ger: ‘Ik ging vroeger altijd naar S.C.H. kijken en ook op het Maasplein zelf werd veel gevoetbald. ’s Winters lag er vaak een ijsbaan en op het plein lag heel lang een grote rioolbuis. Daar kon je met een man of drie, vier in schuilen wanneer het regende. Ikzelf speelde vroeger meestal bij de Biezen, zo noemden wij het stuk land tussen S.C.H. en Novio. Wanneer de appels geplukt werden,  reden er altijd tractoren vol met dat fruit door de Rivierstraat. Dan was het de kunst een flink stuk hout voor de wielen van de aanhanger te steken, waardoor die opwipte met als gevolg dat kilo’s appels over de weg rolden. Dan was iedereen er als de kippen bij om ze op te rapen.’

‘Het badhuis en de huizen aan deze kant werden rond 1990 gesloopt,’ gaat Ger verder. ‘Wij verhuisden naar de Eemstraat. Dat was een erg mooi huisje. De vorige bewoner had er erg veel aan verbouwd en opgeknapt. Tegen Kerstmis tuigde ik altijd de tuin op. Daarmee nog met een foto in de Gelderlander gestaan, toen we daar een prijs mee wonnen. Mientje was erg trots. Ze kwamen van overal vandaan kijken. De nonnetjes voorop. Mientje begon wel al snel met haar gezondheid te sukkelen. Eerst de linkerborst eraf, daarna de rechter, toen waren de nieren aan de beurt en zo ging het van kwaad tot erger. En elke keer wanneer ze in ziekenhuis terechtkwam kreeg ze er een buikvliesontsteking bij. De verzorging kwam helemaal op mij neer. Maar ik deed het graag hoor. Toen ze geen trappen meer kon lopen, zijn we naar hier verhuisd. Terug naar het Maasplein. Waar we vroeger ook woonden, maar nu dan in een gelijkvloers appartement op de begane grond. In 2012 is Mientje overleden.’

Bierdopjes

‘Nu woon ik alleen,’ vertelt Ger, ‘maar ik kan goed voor mezelf zorgen. Het bevalt prima hier. Het Waterkwartier is een sjiekere wijk geworden. Nu ligt er grind op het tuinpad, dat waren vroeger bierdopjes. Ik ben zo’n 500 euro aan huur kwijt. Over Portaal heb ik niks te klagen, maar zij ook niet over mij. Als er wat is, los ik dat meestal zelf op. Gehorig is het niet, nee. Dat was vroeger anders, dan kon je altijd horen wanneer de buurman een nummertje maakte. Van criminaliteit merk ik niks. Ook geen overlast van hangjeugd. Het plein is na het beton weer een park geworden. Een beetje zoals vroeger. Georganiseerd, zoals ooit dat Romeinenfestival, wordt er eigenlijk nooit meer iets. De mensen die aan het plein wonen, ken ik allemaal wel. Ik praat ook makkelijk met iedereen. Er is weinig verloop. Er was zeven of acht jaar geleden even een wekelijkse markt. Maar dat liep niet. Het was helemaal verkeerd gepland, want ze begonnen ermee toen veel woningen in de omgeving net gesloopt waren. Het was maar een kleine markt met 5 kramen. Kaas, groente, vis, kleding en nog zowat.’

‘Ik ga nu twee keer per week, op zaterdag en maandag naar de stad voor een visje op de markt. Daarna zitten we altijd met een vast clubje uit het Waterkwartier bij McDonalds in de Broerstraat. Gezellig een beetje bijkletsen,’ besluit Ger.

Tekst: Michiel van de Loo
Foto’s: Dave van Brenk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.