Oude Nonnendaalsweg

Tekst: Michiel van de Loo
Foto’s: Dave van Brenk

De Oude Nonnendaalseweg kennen we sinds 1822 en werd toen omschreven als “Nonnendaalscheweg: Loopende van den weg op Grave door de Vestingwerken buiten de Molenpoort der Stad Nijmegen tot aan het gedeelte van den Heesschenweg genaamd de Nijmeegsche laan,” zo lezen we in de stratenlijst van Rob Essers. Met de aanleg van de Nieuwe Nonnendaalscheweg werd de oorspronkelijke Nonnendaalscheweg Oude Nonnendaalscheweg in 1891. De “sch” verdween met de nieuwe spelling in 1947 en werd een “s”. Ook de ligging van de straat is in de loop der eeuwen veranderd. De straat begon in eerste aanleg bij de Graafseweg, dat werd later de Anjelierenweg. De straat kwam vroeger uit op wat nu de Tweede Oude Heselaan is, dat werd met de aanleg van de Nieuwe Nonnendaalseweg laatstgenoemde straat. Met de nieuwbouw aan de Anjelierenweg in 1981 verdween het eerste deel van de Oude Nonnendaalseweg tot aan de Koninginnelaan. Daar stonden vroeger huizen en zelfs een school op de hoek met de Koninginnelaan. Dat is allemaal gesloopt en er is later een parkje aangelegd. Door deze ingreep beginnen de huisnummers van de Oude Nonnendaalseweg aan de oneven kant met nummer 19 en aam de even kant met nummer 30. Wanneer de Oude Nonnendaalseweg kruist met de Pastoor Zegersstraat verspringt de huisnummering op nieuw. Aan de oneven kant van 77 naar 281 en aan de even kant van 70 naar 162. Een verklaring hiervoor moet ik u helaas schuldig blijven.

Bewoners voor hun noodwoningen in treinwagons, die vermoedelijk waren gestationeerd op het rangeerterrein onder aan de dijk ter hoogte van de Oude Nonnendaalseweg. (Foto: RAN)

Wagons
Een ander opmerkelijk feit speelde zich honderd jaar geleden af in 1921-1922 woonden vijf families in zes uitgerangeerde wagons op het spooremplacement vlakbij de Oude Nonnendaalseweg. Ze deden dienst als noodwoning en kregen een adres aan de Oude Nonnendaalseweg. Het ging in totaal om tien volwassenen en dertien kinderen, die hier heel primitief leefden, maar in ieder geval een dak boven hun hoofd hadden. De vaders van die vijf families werkten allen bij de NS.

Jaap en Siena
De Wester sprak om te beginnen met Jaap en Siena Peters op nummer 64. Jaap is 68 jaar en geboren in de Benedenstad aan de Bottelstraat. ‘Mijn opa runde daar een slepersbedrijf,’ begint Jaap. ‘Met paard en wagen werd er vooral grind en zand vervoerd. Rond 1910 is dat bedrijf ontstaan. Toen ik één jaar oud was, verhuisden we naar Voorstadslaan 145. Daar ben ik opgegroeid. Mijn vader had de zaak inmiddels overgenomen en paard en wagen waren vrachtwagens geworden.’

Siena is geboren in 1959 aan de Kopse Hof. ‘In de noodwoningen daar,’ vertelt Siena. ‘Toen die in de jaren zestig gesloopt werden, verhuisden we naar de Waalstraat. Ik ging naar de Theresiaschool, Jaap naar de Jozefschool. Ik werkte bij groenteboer Vink in de Biezenstraat, daarna bij houthandel Pijman, eerst aan de Weurtseweg en later verhuisde die naar de Kievitstraat. Nee, Jaap was niet mijn eerste vriendje, dat was Hennie Linders,’ lacht Siena. ‘Jaap heb ik leren kennen via een neef van mij waar Jaap mee bevriend was. Dat was in 1976. De eerste keer dat we samen uitgingen was naar de film Joep Meloen van André van Duin. Wat was dat een flauwe film zeg. Onze humor was het niet. We gingen altijd met een hele groep uit. In die tijd vaak naar Lord Nelson aan de Parkweg.’

Piet Puijn
‘In 1978 zijn we getrouwd,’ gaat Jaap verder. ‘In dat jaar heb ik ook het transportbedrijf van mijn vader overgenomen. Die bleef overigens gewoon in de zaak werken. De eerste negen jaar van ons huwelijk woonden we in Weurt. Daar is zoon Jaap geboren. Dochter Janine is hier geboren in hetzelfde jaar dat we verhuisden, in 1987. We namen het over van Piet Puijn. Nee, niet die van ’t Haantje, maar deze Piet had hier ook een vervoersbedrijf, vooral kolen en hij had een benzinepomp voor de deur. Vóór Piet Puijn zat hier een granietwerker en nog veel vroeger een schoenpoetsfabriekje. De meeste huizen zijn in de jaren dertig gebouwd. Hier omheen tot aan de Tweede Oude Heselaan was weiland.’

Er was vroeger meer bedrijvigheid aan de Oude Nonnendaalseweg. Er was een meubelfabriek van de firma Heynen, die in 1956 helaas uitbrandde en daartegen nauwelijks verzekerd was. Op nummer 327 zat een kleefstoffenfabriek en vóórdat er in de jaren dertig gebouwd werd, beheerde voetbalvereniging H.N.C. er een voetbalveld. In de jaren dertig zat op nummer 56 café De Jager, gerund door D. Jager en  op nummer 58 huisde lange tijd kruidenier Theunissen. Op nummer 70 kon men vanaf de jaren zestig tot ongeveer tien jaar geleden naar Kapsalon Theo.

‘We hebben later nummer 58 ook gekocht,’ vertelt Siena. ‘Dat pand hebben we net als de bovenverdieping hier, verhuurd aan studenten. Dat zijn zekere inkomsten, want met een eigen bedrijf weet je nooit hoe het balletje rolt.’ ‘In de goeie tijd had ik tien wagens rondrijden,’ gaat Jaap verder. ‘In de jaren tachtig was het crisis. Had ik net een nieuwe truck gekocht, die heeft lang werkeloos voor de deur gestaan. Toen zijn we van lieverlee militaire goederen gaan vervoeren. Toen de economie aantrok weer zand en grind. Dat laden en lossen kost veel te veel tijd. Zand en grind kieper je om en klaar is kees.´ Siena: ‘Vanaf het begin reed ik ook regelmatig een vrachtje. Nu nog wel eens en ik vind dat leuk om te doen. Daarnaast hield ik me bezig met de planning.’ Het transportbedrijf rijdt nu nog met drie wagens. Twee ervan voor rekening van zoon Jaap en één voor Jaap senior. ‘Mijn zoon heeft het bedrijf overgenomen, maar net als vroeger mijn vader, blijf ik gewoon in het bedrijf werkzaam.’

Siena en Jaap

Gierzwaluw
Wanneer Jaap en Siena nu uit hun raam kijken zien ze de nieuwbouw, die ruim een jaar geleden opgeleverd werd. ‘We hebben bijna tien jaar tegen troep en een kale vlakte aan zitten kijken,’ verzucht Siena. Er heeft ook erg lang anti-kraak ingezeten. Een van de bewoners, een beetje een milieufreak, denk ik, had een vogelhuisje opgehangen en daar nestelde zich een gierzwaluw. Toen mocht er niet meer gesloopt worden. De nieuwe bewoners begin ik nu een beetje van gezicht te kennen. We groeten elkaar vriendelijk, maar komen niet bij elkaar over de vloer. Dat hebben we nooit gedaan. Maar je staat voor elkaar klaar, als dat nodig is. Er wonen veel studenten in de straat, dat klopt. Ik zorg ervoor dat de panden van ons er altijd keurig bij staan. Geen troep voor de deur. Daarom valt het me op, dat bij andere panden waar studenten wonen het vaak een rotzooitje is. Ik ruim het dan vaak zelf maar op, omdat ik niet wil dat wij erop aangekeken worden. Er wonen nu verder veel jonge gezinnen met kinderen in de straat. Toen de huizen opgeleverd werden, vergat men het éénrichtingsbord terug te plaatsen. Ook andere borden, die aangeven dat het hier een woonerf is en dat je keurig in de vakken moet parkeren, zijn nooit teruggekomen. Bel je met meld- en herstel, word je doorverwezen naar Portaal, en dan weet je het wel: er gebeurt niks mee. Tegen het huis zitten nog steeds plaatjes met hoogtemeters; die waren nodig bij de nieuwbouw aan de overkant. Overal rond ons huis is de grond opgehoogd. Hiervoor zeker twintig centimeter en achter ons huis een halve meter. Het pand staat nu in een kuil. Die hoogtemeterplaatjes heeft Portaal vergeten weer weg te halen.’

Portaal
Een aantal bewoners in dit deel van de Oude Nonnendaalseweg heeft de buik behoorlijk vol van Portaal. Tijdens de sloopwerkzaamheden, inmiddels zeven jaar geleden, hebben zo’n tien koopwoningen aantoonbare scheuren opgelopen. Toen bewoners verhaal gingen halen werden ze door Portaal van het kastje naar de muur gestuurd. In dit geval van het sloopbedrijf naar de uitvoerder van de bouw en weer terug naar de opdrachtgever, de woningbouwvereniging Portaal. Ook Jaap lag met Portaal in de clinch over de afwerking van de buitenmuur aan de achterkant van zijn opslagruimte. Die achtermuur is na eindeloos touwtrekken uiteindelijk voor rekening van Portaal vernieuwd. ‘Het kostte ons vierduizend euro aan advocaatkosten,’ bromt Jaap, ‘en nooit één woord van excuus gehad van Portaal. Dat komt niet in hun woordenboek voor.’

Bijsterhuizen
Van Inbraken of andere vormen van criminaliteit zijn Jaap en Siena verschoond gebleven. Siena: ‘Het is hier goed beveiligd en we hebben altijd een paar flinke honden gehad. Daarbij komt dat van de bewoners hierboven altijd wel iemand thuis is. Overlast is er alleen van katten. Er zitten er veel in de buurt en die janken soms tegen elkaar op. Een hels kabaal. Parkeren is soms ook een probleem. Mensen zetten hun auto zonder na te denken zomaar ergens neer. Met de nieuwbouw zijn de parkeerplekken een stuk smaller geworden. Vaak kan er geen ambulance meer de straat in. Aan het zwerfvuil overal kan ik me ook ergeren. Ik zie dat vaak wanneer ik de hond uitlaat. Van die dumpplekken, waar eigenlijk altijd plastic zakken liggen om ooit opgehaald te worden.’

‘We hebben hier één keer een straatfeest gehad,’ vertelt Siena. ‘Toen hebben we nog een trailer beschikbaar gesteld. Daar trad iemand op als Annie de Rooy, erg leuk toen. Maar dat is zeker 25 jaar geleden. Vorig jaar was er spontaan een barbecue in de straat. Kon je aanschuiven, wanneer je dat wilde. Verder gebeurt er niet zoveel samen.’ Jaap: ‘We hebben over de uitoefening van ons bedrijf nooit klachten gehad uit de buurt. Ooit waren ze van de gemeente hier of we niet naar Bijsterhuizen wilden verhuizen. Dat waren ze daar net aan het opzetten. Ik heb daar geen geld voor, vertelde ik. Jullie wel? Nee dus, en toen waren we uitgepraat,’ lacht Jaap.

Hans Nivard

Hans Nivard
Halverwege het tweede stuk van de Oude Nonnendaalseweg, schuin tegenover groothandel Arbe, wonen Hans en Anette Nivard. Hans is geboren in Breda in 1957, maar werd zes maanden oud geadopteerd door een familie aan de Sint Annastraat in Nijmegen. Zijn biologische moeder was nog maar zestien en zijn echte vader heeft hij nooit gekend. Hans kwam in een gespreid bedje terecht. Zijn adoptievader was hoogleraar aan de Radboud Universiteit.

‘Voor het lager onderwijs ging ik naar de Lourdesschool aan de Verlengde Groenestraat, waar later Doornroosje in zou trekken,’ begint Hans. ‘Daar zaten veel volksjongens uit het Willemskwartier op en daartussen voelde ik me wel thuis. Als het aan mij had gelegen was ik daarna iets technisch gaan doen, LTS, MTS, maar mijn ouders wilden me de administratieve kant op hebben. Ze dachten eerst aan de Middelbare Detailhandelsschool, maar het werd de LEAO, tegen mijn zin en dan weet je het al, dat wordt niks. Ik heb nog een aantal streekscholen bezocht, maar uiteindelijk koos ik voor beroepsmilitair. Je moest toch wat.’

Cartouch
‘Ik ben vier jaar in dienst geweest,’ gaat Hans verder. ‘Tot 1981. Ik lag onder andere in de Johannes Postkazerne in Havelte en ook nog vlakbij in Grave. Ik vond het een leuke tijd. De sfeer onderling was erg goed. Je kwam ook voor elkaar op. Zo werd er ooit een gekleurde militair van onze kazerne geweigerd in discotheek Cartouch in Utrecht. Die tent hebben we helemaal verbouwd. Na mijn diensttijd heb ik zoals veel Nijmegenaren en heel Groesbeek voor koppelbazen gewerkt. De bouw dus, dat verdiende het meest toentertijd. Ik was ook nog even portier bij Extase in de Grotestraat. Daar leerde ik Marieke kennen. Uit die relatie is Louis geboren in 1984. Haar familie ontving mij echter niet bepaald met open armen, dus die verhouding was gedoemd te mislukken.’

‘Na mijn diensttijd kochten mijn ouders dit huis voor me aan de Oude Nonnendaalseweg voor 57.000 gulden. Ik kreeg niet lang daarna een beetje genoeg van de bouw. Toen ben ik op de vrachtwagen gaan rijden. Dat had ik in mijn diensttijd ook al regelmatig gedaan. Dat is me eigenlijk tot nu toe heel goed bevallen. Ik rijd nu al een tijdje voor Nijman/Zeetank, dat is een groot internationaal transportbedrijf. Ik vervoer eigenlijk alleen maar gevaarlijke stoffen. Ja, ik heb wel eens gedacht het Binnenhof op te rijden,’ lacht Hans. ‘Door de week ben ik zelden thuis, alleen in het weekend. Dat is natuurlijk minder leuk voor Anette, die ik in 2002 heb leren kennen en waar ik drie jaar later mee getrouwd ben.’

Lantaarnpaal
Over het wonen in de straat kan Hans kort zijn. ‘Ik heb het hier altijd gezellig gevonden. Met name aan de overkant woonden een paar mensen waar ik het goed mee kon vinden. Vroeger was er meer saamhorigheid. Dat ligt voor een deel aan de studentenhuizen in de straat. Die stellen zich vaak a-sociaal op. Zo van: over een paar jaar ben ik hier toch weer weg.’ Het bouwjaar van het huis van Hans is 1909. De eerste riolering in de straat dateert uit 1912. Op de nieuwbouw na, zijn alle huizen koopwoningen. Bij de graafwerkzaamheden die aan de renovatie voorafgingen, ontstond er een gaslek, waardoor enkele woningen tijdelijk zonder gas kwamen te zitten. Toen alles klaar was, plaatsten gemeentewerkers een lantaarnpaal precies voor de voordeur van één van de nieuwbouw- woningen. Die is later verplaatst. Hans: ‘Ook hier hebben bepaalde vogeltjes de sloop tegengehouden, maar daarna ging het erg vlot. Er wonen nu veel jonge gezinnen in de straat. Eigenlijk is er maar één probleem: Arbe.’

Arbe
En Hans barst los: ‘In de jaren tachtig zat de Edah daar, en toen waren er al problemen wanneer opleggers de winkel kwamen bevoorraden. Dat is met de komst van groothandel Arbe alleen maar verergerd. Niet alleen voor ons hier in de straat, maar ook wanneer ze via de Tweede Oude Heselaan komen lossen. In eerste instantie was Arbe alleen maar een groothandel. Dat was de hoofdbestemming. Er kwam een winkelbestemming bij. Onze straat is niet ingericht op drie-assige opleggers, met starre en meesturende assen. Ja, ja, ik weet waar ik het over heb. Het wachten is op het eerste grote ongeluk met al die spelende kinderen in de straat. Er zijn al auto’s beschadigd in de straat door fout in- of uitdraaiende vrachtwagens. Het eenrichtingsverkeer wordt massaal genegeerd. Zelfs door de grote baas van Arbe. Negentig procent van hun klandizie komt niet uit de wijk. Het bedrijf heeft zelfs haar groothandelsactiviteiten verplaatst naar Weurt. Er is hier geen behoefte aan een wijkwinkel van dergelijke proporties. Bijna iedereen gaat hier voor de boodschappen naar de Molenweg. Dan heb ik het nog niet over de koelinstallaties van het bedrijf . Het gebrom kont ver boven de toegestane decibels uit. Ik heb begrepen dat Bob van de Water, de eigenaar, het best wil slopen om appartementen te bouwen. Maar dat past volgens de gemeente weer niet in het bestemmingsplan. Gauw veranderen dan. We komen zat woningen te kort in Nijmegen,’ besluit Hans zijn felle betoog.

Dave van Antwerpen

Dave van Antwerpen
Tot slot belde De Wester aan bij Dave van Antwerpen. Hij woont naast Arbe en heeft een achtertuin, die helemaal in beslag wordt genomen door een flinke boot, maar daarover later. Dave is 47 jaar geleden geboren in het Duitse Melle, zo’n honderd kilometer ten oosten van Enschede. ‘Mijn vader zat daar gelegerd,’ begint Dave. ‘We hebben er drie jaar gewoond, toen verhuisden we naar Zwanenveld in Nijmegen. Mijn ouders wilden liever in een stad dan in een dorp wonen. Ik groeide dus op in de 37ste straat in Zwanenveld. Het was toch een beetje een rare tijd. Zwanenveld had toen ook een mindere naam, geloof ik. Niemand wilde in Dukenburg wonen. Wij woonden overigens in een vrij rustig straatje. Daar gebeurde nooit wat. En ik denk er met plezier aan terug. Ik had er veel vrienden, want er woonden relatief veel jongeren in de wijk. Niet dat daar iets voor georganiseerd werd, maar we wisten ons prima te vermaken. Toen ik 14 jaar was, verhuisden we naar de Hazenkamp. Dat was een wereld van verschil, een heel andere buurt en ik ben lang terug blijven gaan naar mijn kameraden in Zwanenveld.’

Kreta
Dave volgde het lager onderwijs aan de Weteringshof, een school in Zwanenveld, die in 1994 haar deuren sloot, omdat er te weinig leerlingen waren. In 2001 brandde het gebouw volledig af. Daarna volgde Dave de LTS Dr. Poels aan de Goffertweg, tegenover de Goffertboerderij. ‘Daar werkte mijn vader,’ gaat Dave verder. ‘Ik verdiende er soms ook wat bij, want ik wilde ook wel de horecakant op, kok of de bediening. Toen ik van de LTS afkwam, wilde ik het avontuur opzoeken. Niet hier in Nijmegen blijven, maar het liefst naar Amerika. Dat vonden mijn ouders toch iets te ver weg en dus werd het Duitsland, een dorpje vlakbij Winterberg. Ik zat er intern in een hotel met heel veel Oost- Duitsers.’

In de jaren negentig bleef Dave het avontuur opzoeken. Hij kwam weer terug naar Nijmegen, maar na een vakantie op Kreta, ging hij daar mountainbiketour rides organiseren. Hij kreeg er verkering met een Duitse reisleidster die hij volgde naar Saarlouis en daar runde Dave drie jaar lang een Ierse pub. ‘Toen die relatie ten einde kwam, ging ik weer terug naar Nijmegen,’ vertelt Dave. ‘Ik woonde even in een van de flats naast Albert Heijn aan de Molenweg en via via hoorde ik dat dit huis aan de Oude Nonnendaalseweg te koop stond. Dat was in juni 2000. Ik betaalde er 250.000 gulden voor. Aanvankelijk hier samen met een vriendin gewoond, maar nu al weer enige tijd in mijn eentje. Inmiddels zit ik in het onderwijs. Ik ben teamleider op Rijn-IJssel vakschool in Wageningen. Een praktijkopleiding voor horeca, bakkerij, toerisme en facilitair.’

Koeling
‘Toen ik het kocht, werd me verteld dat er veel ging gebeuren in de wijk,’ vertelt Dave. ‘De Rimboe is toen gesloopt en er zou nog veel méér platgaan om plaats te maken voor nieuwbouw. Dat is uiteindelijk veel minder geworden. Prima hoor. Waarom slopen als het nodig is. Ik vind het nu prettiger wonen dan twintig jaar geleden. Toen was het veel volkser. Nu is het meer divers. Persoonlijk spreekt me dat meer aan. Er wonen nu ook meer gezinnen in de straat. Vroeger gebeurden er ook minder leuke dingen, zoals auto’s die met een honkbalknuppel bewerkt werden. Het wilde bij oud op nieuw ook nog al eens uit de hand lopen. Daar is nu al jaren geen sprake meer van. Arbe zat hier al naast. Ik wist wat er zat toen ik het kocht. Mij stoort vooral de herrie die de koeling maakt. Dat is niet leuk als je ’s zomers buiten zit. Ik ben wel benieuwd wat er uiteindelijk mee gebeurt. Het is niet meer van deze tijd zo’n handel in een straatje als dit. Er wordt wel steeds meer geparkeerd door buurtbewoners of mensen die hier in de straat moeten zijn, op hun terrein. Als het wegvalt, hebben we er een probleem bij in de straat.’

‘Ik ben nog steeds bezig met het huis,’ vertelt Dave. ‘Ik heb het laten isoleren, zonnepanelen op het dak, er komt nog een nieuw parket in, de buitenkant is pas geverfd en nu is pa boven aan het schilderen. De buren zie ik regelmatig en dan praat je even bij met elkaar. Op een straatfeest zit ik zelf niet te wachten, ik vind het prima zo.’

Oude Non
Iets verder in de straat op nummer 218 zit de Oude Non. Twee keer per week, op woensdag en donderdag, koken Radboud en Ellen, de bewoners daar, voor de hele buurt, maximaal 25 personen. Als je vóór 12.00 uur aangeeft, hiervan gebruik te willen maken, kun je ’s avonds tussen 17.30 en 18.30 je maaltijd tegen betaling van zo’n zeven euro ophalen. Radboud klopte bij de gemeente ook voor bloembakken in de straat aan.

Dave: ‘Radboud ken ik ook ja, ik heb er wel eens gegeten. Die boot in de achtertuin heb ik ruim tien jaar geleden ooit gekocht. Een tijdje mee gevaren, vooral op de Maas, want ik had een ligplek bij Lith. Er moest het een en ander aan gebeuren, dus toen naar hier vervoert en in de achtertuin laten takelen. In feite heb ik er maar weinig aan gedaan, dus binnenkort laat ik hem maar weghalen. In Neerbosch-Oost heb ik in een garage een oldtimer staan. Daar ben ik nu vooral mee bezig.’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.