Weurtseweg

De Weurtseweg is de weg tussen Nijmegen en Weurt. Eerst heette de weg Koningstraat en maakte deel uit van de aloude weg door Maas en Waal. Deze liep van Tiel naar Nijmegen over de oeverwallen aan de zuidkant van de Waal, lezen we in de stratenlijst van Rob Essers. De projectontwikkelaars die Koningsdaal bedachten, verwijzen met die naam naar de Koningstraat. Pas in 1899 besloot de gemeenteraad van Nijmegen om voor het gedeelte van de weg vanaf de Hezelpoort tot aan de gemeentegrens van Weurt de naam Weurtsche weg aan te nemen. In 1948 werd dit met de nieuwe spelling: Weurtseweg.

Beschermd stadsbeeld
Hier beperken we ons tot dát gedeelte van de Weurtseweg waar de oudste huizen staan. Aan de linkerkant vanaf de winkel van Hennie Linders op nummer 157/159 tot en met nummer 199 en aan de rechterkant vanaf snackbar Charly Corner op 160 tot en met nummer 222. Het merendeel van deze panden is gebouwd tussen 1909 en 1912 en is sinds 2005 gemeentelijk beschermd stadsbeeld. Het is ook onderdeel van de oudste sociale woningbouw in Nijmegen. Het is er neergezet door Woningvereniging Nijmegen, tegenwoordig Portaal.

Toon Everaers

Toon Everaers
De Wester ging als eerste langs bij Toon Everaers. Hij woont aan de linkerkant een paar huizen verder dan de winkel van Hennie Linders. Hij is 78 jaar en geboren in de benedenstad. ‘Mijn vader had toentertijd een schoenmakerij aan de Ganzenheuvel,’ begint Toon. ‘In Duitsland, want daar lagen zijn roots. Ze noemde hem een Wanderbursche, een rondtrekkende handwerksgezel. Er werd vroeger in huis Duits gesproken. In de oorlog was dat wel eens lastig, ja. We hadden zes kinderen thuis. Ik was de jongste van de oudste drie. Vlak na de oorlog verhuisden we naar de Distelstraat in de Wolfskuil. Daar werden de jongste drie geboren. Niet dat mijn ouders een liefdevol huwelijk hadden, hoor. Ze waren op elkaar aangewezen. Een economische noodzaak. Na de Distelstraat verkasten we weer, nu naar de Karrengas. Daar woonden vooral hele arme gezinnen. Aan Plein 1944 zat toen al schoenwinkel Holland. Mijn vader voerde voor hen reparaties uit. Moeder werkte bij Rutex in de spoelkeuken. Dat was een sjieke lunchroom, ook aan Plein 1944. Zo kwam er nog een klein beetje geld binnen.’

Kopse Hof
‘In 1953 overleed pa,’ vervolgt Toon. ‘Moeder bleef alleen achter met zes opgroeiende kinderen. Toen werd het helemaal “erremoei” troef. De krotwoningen aan de Karrengas werden gesaneerd en we kwamen terecht op de Kopse Hof in de zogenaamde Zweedse noodwoningen van korrelbeton. Ook daar zag je alleen maar armoede om je heen. We moesten vier keer per dag te voet van de Kopse Hof naar school in de Stieltjesstraat. Er was ook een school veel dichterbij aan de Ubbergseveldweg, maar daar mocht het rapaille van de Kopse Hof niet naar toe. Overigens, ook aan de Stieltjesstraat werd je gediscrimineerd als je arm was. Ik kon goed leren en had zeker de capaciteit om verder te studeren. Maar je wist al gauw dat je dat beter uit je hoofd kon zetten. Omdat er geen man in huis was, kregen we een voogd toegewezen. Helaas bezorgde die mij en mijn broer een hoop ellende, in plaats van dat hij ons hielp. Mijn moeder kon dit leven eigenlijk niet aan. Mijn broers werden uit huis geplaatst, ze kwamen in kloosters of kindertehuizen terecht. Ook ik wilde nog maar één ding, wég van daar. Ik was dertien jaar en had ergens opgevangen dat er in Wassenaar een klooster was voor verlate roepingen tot het priesterschap. Niet dat ik zo’n devoot jongetje was, maar ik wilde kost wat kost weg bij die voogd.’

Doodskisten
Het was een Jezuïetenklooster. Toon zat er intern en leerde er de praktische werkzaamheden die bij het priesterschap hoorde. Sommige kloosterlingen deden van alles met elkaar, maar ze lieten Toon gelukkig met rust. ‘Ik ging er ook naar de ambachtsschool en om wat bij te verdienen, werkte ik bij een doodskistenmaker,’ vertelt Toon. ‘Ik maakte kennis met zijn dochter, met wie ik naar het strand ging. Toen wist ik meteen dat het celibaat niets voor mij was. Ik besloot te vertrekken en de trein terug naar Nijmegen te nemen. Ik was 16 jaar. Waar moest ik nu heen? Uiteindelijk kwam ik terecht in een klooster in Grave, maar ook dat beviel niet echt. Niet lang daarna kwam ik met de kinderrechter in aanraking. Op de vlucht uit dat klooster in Grave, had ik een fiets gestolen en ik werd gesnapt.’

Moeke Pikant
‘Het was denk ik in 1959, dat ik een kamer kon huren bij Moeke Pikant. Zij had een cafetaria met een biertap aan de Smetiusstraat. Ik had de ambachtsschool inmiddels afgemaakt en kon al aardig timmeren en meubels maken. Ik deed van alles waar geld mee te verdienen was. Zo werkte ik bij een metaalgieterij aan de Weurtseweg en ook bij Van der Heijden Meubelen. Ik had veel vriendinnetjes in die tijd. Eentje daarvan was een publieke vrouw die ook bij Moeke Pikant een kamer huurde. Zij was erg verkikkerd op mij en ik kreeg dure overhemden en stropdassen van haar. Die verkocht ik dan weer en ik gaf dat geld weer uit aan rondjes in de kroeg. Op een mooie dag zat ik in een café aan de Lange Hezelstraat en kwam er een meisje binnen op rolschaatsen. Ze heette Willie, naar Wilhelmina, maar ik noemde haar al gauw Wimpie. Het klikte meteen, we waren allebei 19 jaar. Een jaar later zijn we getrouwd.’

Oude Rijnstraat
Het was meer dan normaal dat men in die tijd bij familie ging inwonen. Zo ook Toon en zijn Willie. Ze trokken in bij de moeder van Willie op de hoek van de Oude Rijnstraat en de Lekstraat. Daar vlakbij woonde ook de familie Peters. Een gezin met zestien kinderen. Die gingen emigreren naar Australië. Daar waren zoveel goedkope arbeidskrachten meteen welkom. Het leeggekomen huis was al vergeven aan de familie Xhofleer, die er een handel in oud ijzer wilde beginnen. Maar Toon was hem voor. ‘Ik heb het gekraakt,’ vertelt Toon triomfantelijk. ‘Al moest het woord kraken nog uitgevonden worden, haha. Willie was zwanger, en ik had ergens gelezen dat wanneer een vrouw in verwachting ze niet uit huis gezet kon worden. Ik werd opgepakt door de politie, moest drie dagen de cel in, maar dat had ik er graag voor over. We mochten blijven. Ik had 1500 gulden gespaard en van dat geld heb ik het huis opgeknapt. Het was helemaal uitgeleefd door de vorige bewoners.’

De Weurtseweg in de jaren 70

Littekens
Toon werkte nog steeds bij de meubelhandel van Van der Heijden. Hij had inmiddels zijn middenstandsdiploma gehaald, want hij speelde met het idee om voor zichzelf te beginnen. Bij Van der Heijden vonden ze het eigenlijk maar niks dat hij aan de Oude Rijnstraat woonde, die buurt stond niet goed bekend. Zo wist zijn werkgever via bemiddeling met Portaal te regelen dat het jonge gezin na zes jaar kon verhuizen naar de Weurtseweg. Hier woont Toon, nu 52 jaar later, nog steeds! ‘We hebben er veel aan verbouwd en ver eruit gesloopt,’ vertelt Toon. ‘Hier beneden waren drie kleine kamertjes en een nog kleinere keuken. Nu is dat een grote ruimte geworden. Je kunt nog wel zien waar de muren gestaan hebben. De schoorsteen is eruit en een nieuw plafond is geplaatst. Boven kwam een tweede toilet en een douche, want die waren er niet. Veel littekens in het huis heb ik opzettelijk laten zitten. Daar heb ik speciale herinneringen aan. De woning is in 1916 gebouwd, dus vijf jaar later dan de panden iets verderop en aan de overkant. We waren de tweede bewoners. Ik betaal relatief weinig huur, nog geen 400 euro. Ik denk dat de buren het dubbele kwijt zijn.’

Snackbar Charly
Toon: ‘Alles was legergroen geverfd. Daar zat zoveel lood in, die verf kreeg je er met geen mogelijkheid vanaf. Die zit nu nog steeds overal onder. Boven zijn vier slaapkamers, twee kleine en twee iets grotere. Dat was net groot genoeg voor vijf kinderen. Een zoon en vier dochters. Wat winkels betreft had je de Spar vlakbij. Thijs de kappe was scheidsrechter en als je geknipt werd, ging het altijd over voetbal. Er zat een slager, een accuzaak en snackbar Charly, beroemd om zijn babi pangang, gehaktballen en frietje stoofvlees. Iets verder terug zat nog een groenteboer en een vishandel.’

Criminaliteit
‘Zo’n vijfentwintig jaar geleden werd er vaak ingebroken in de directe omgeving. De buit bestond uit televisies, maar vooral videorecorders. Daarna werd het minder, maar de laatste jaren lijkt het weer toe te nemen. Hangjeugd had je hier niet, dat was meer achterin de wijk bij het Maasplein.’

De huizen zijn gehorig. Maar men houdt rekening met elkaar. Parkeren is nog geen probleem, maar het verkeer blijft druk in de straat. Al zijn de vrachtwagens met krijsende en gillende varkens gelukkig verleden tijd.

‘Ik snap niks van Portaal en hun beleid met woningtoewijzing,’ betoogt Toon. ‘Ik kan ze niet volgen. In huizen waar prima een gezin in kan, plaatsen ze een jong meisje die niet uit de wijk komt. Waarom? Het huis is te groot. Ook kent ze hier niemand en is daarom ook niet buurtgebonden. Ze begroet je niet eens. Nee, het wordt er niet gezelliger op. Dat was vroeger anders. Mensen hielpen elkaar en stonden voor elkaar klaar, wanneer er een kraan, of wat dan ook, gerepareerd moest worden.’

Renovatie
‘In 1992 moest alles plat hier,’ gaat Toon verder. ‘Er moest overal nieuwbouw komen. Met name Ger Hesseling heeft erg veel gedaan voor het behoud van de huizen. We hebben wat af vergaderd. In het begin was iedereen fanatiek, we begonnen met tachtig man. Uiteindelijk bleven er nog maar vier over. Maar alle inspanningen zijn niet voor niets geweest. Ach, als ik eraan terugdenk. Avond na avond in de buurt de huizen langs gegaan om mensen mee te krijgen. Om ze te overtuigen van het belang van het behoud van deze huizen. Buitenlandse mensen die het totaal niet snapten of boeiden waarvoor je kwam, die vaak ook in totaal uitgeleefde woningen zaten. Alleenstaande alcoholisten die maar één ding wilden: die oprotpremie van zesduizend gulden om nog meer te kunnen zuipen. Dat waren de moeilijkste klanten om over te halen. De moed zonk me wel eens in de schoenen, maar in 2005 was het eindelijk zeker dat er niet meer gesloopt zou worden.’

Pleegkinderen
Toon en Willie hadden vijf kinderen, maar ze wisten uit ervaring hoe het is om buiten een gezin op te moeten groeien. Daarom namen ze regelmatig pleegkinderen in huis. Dat het daarbij wel eens mis kon gaan, namen ze op de koop toe. Zo verdwenen een keer alle bankpasjes uit huis…. Maar met de meeste kinderen heeft Toon nog steeds contact.

Willie sukkelde al vroeg met haar gezondheid. Toon: ‘Dat begon ooit bij de bloedvaten, daarna de nieren, de longen, tja. Als het één niet meer goed functioneert, dan volgt de rest vanzelf. Toen ze wist dat ze niet meer lang te leven had, heeft ze alle kinderen en kleinkinderen één voor één bij zich geroepen. Dat waren er bij elkaar meer dan twintig. Sommigen kregen een compliment, maar die het beter moesten doen, kregen dat óók te horen. In oktober 2017 is ze overleden. Ze was nog geen twee dagen dood, of de gemeente belde al om de scootmobiel op te halen en de traplift te demonteren. Ze kunnen soms zo tactisch zijn daar….’

Computercursus
Toon doet nog zelf wat in zijn vermogen ligt. Hij krijgt daarbij, soms ook financiële, hulp van zijn kinderen en één van de kleinkinderen.  Hij wil met iedereen contact houden en beseft dat social media daarbij onontbeerlijk is. ‘Ik ga binnenkort maar eens naar de Biezantijn voor zo’n computercursus,’ besluit Toon. ‘Kijken of die me kunnen helpen.’

Elfie en Natasja

Natasja Groenewald
Iets verderop in de straat woont Natasja Groenewald met haar twaalfjarige dochter Elfie. Het is een knus huisje en zelfs meer dan een eeuw oud. Natasja is 45 jaar en om de hoek geboren in de Waterstraat. ‘Mijn ouders wonen daar nog steeds,’ begint Natasja. ‘Ik ben hier naar school gegaan, opgegroeid en was vaak buiten te vinden. Hutten bouwen. En ik was graag in het moeras bij de biezen, de stort, waar later de palingkwekerij kwam. Overal waar ik eigenlijk niet mocht komen,’ lacht Natasja.

Haar beide ouders waren erg actief in het Gemeenschapshuis. ‘Ma deed onder andere vrijwilligerswerk op de crèche en pa fotografeerde veel, maar was vooral ook pottenbakker. Daarin gaf hij ook cursussen bij ons thuis in de keuken. Toen ma een beroerte kreeg en pa vervroegd met pensioen ging, hield hun sociale leven pardoes op. Pa zorgt nu vooral voor ma en die komt niks te kort. Hij doet alles voor haar.’

Groesebeekse tehuizen
Na de lagere school ging Natasja naar de mavo en ze wilde daarna iets doen met haar artistieke gaven, die ze van haar vader had geërfd. ‘Het liefst was ik toen naar de kunstacademie gegaan. Mijn vader wilde dat vroeger zelf ook. Maar hij mocht niet, omdat opa dacht dat hij daar alleen blote vrouwen moest schilderen. Ook mij werd het afgeraden, maar ik mocht wel op tekenles op Westerhelling en volgde ook nog een cursus op de Lindenberg. Qua werk werd het uiteindelijk de ziekenverzorging en ik kwam terecht op verpleeghuis Margriet. Ik kwam er al snel achter dat dit het niet was en ik koos daarna voor de Meerberg, een sociale academie en ging werken met verstandelijke gehandicapten bij de Groesbeekse tehuizen. Ook daar kon ik mijn draai helaas niet vinden.’

Rob en Jan
Natasja leerde Rob kennen. Hij woonde in Heesch bij Oss. Natasja was daar vaak en bedacht dat ze daar net zo goed kon gaan werken. ‘Eerst bij deKruidvat en daarbij volgde ik een éénjarige opleiding tot drogist, gaat Natasja verder. ‘Toen ik daarmee klaar was ben ik bij DA gaan werken. Ik ben lang bij Rob gebleven. Te lang achteraf, want we bleken toch té verschillend en in 2004 ben ik weer terug naar Nijmegen gegaan. Ik kon toen een huisje huren in de Florijnstraat, een zijstraatje van de Muntweg. Ik ging werken bij DA drogisterij Theil aan de Sint Jacobslaan. Daar werk ik nu nog steeds. Ik liep Jan tegen het lijf. Een jongen waar ik in het verleden al eens eerder mee gescharreld had. Hij verbleef op de Hof van Wezel. Een commune-achtig gezelschap dat bivakkeerde halverwege tussen Wijchen en Beuningen. Ze woonden in caravans, waren veel met de natuur bezig enzo, een beetje ‘hippies’. Al heb ik er nooit gewoond, ik vond het er wel gezellig. De mensen lagen me wel.  Jan woonde er ook niet, maar had een kamer in Lindenholt. Het werd serieuzer tussen ons en we besloten in 2006 in Beuningen een huis te kopen.’

Urgentieverklaring
Een jaar later werd Elfie geboren. Ze waren het eerst niet van plan, maar het leek ze beter toch een geregistreerde relatie te hebben, nu er een kind in het spel was. Natasja: ‘Dus gingen we trouwen! Op maandag, want dan was het gratis. We namen het nauwelijks serieus. Maar ook deze relatie bleek het niet te zijn. In 2010 heb ik er een punt achter gezet. Hoe anders kunnen mensen ineens zijn, wanneer je ze wat langer kent. Gelukkig kon ik bij mijn ouders aan de Waterstraat terecht. Daar werd ik, samen met Elfie, met open armen ontvangen.’

‘Ik kreeg een urgentieverklaring, maar realiseerde me wel dat ik God weet waar terecht kon komen. Toen stond ik plots bovenaan voor deze woning aan de Weurtseweg. Ik kon het nauwelijks geloven. Bij mijn ouders om de hoek. Ik ben hier vroeger vaak langsgekomen en dan dacht ik bij mezelf: Wat een leuke huisjes! Ik ging meteen kijken naar de buitenkant en toen zag ik tot mijn schrik dat er binnen schilders bezig waren. Zie je wel, dacht ik, het is al weg. Nieuwe bewoners zijn de zaak al aan het opknappen. Dat heb ik weer! Achteraf bleek dit personeel van Portaal te zijn, die aan het verven waren.’ De woningbouwvereniging leverde het pand keurig op. Natasja betaalt iets meer dan 600 euro kale huur. En er is weer een man in haar leven. ‘Jaaaaa,’ klinkt het geestdriftig. ‘Wiebo. Hij loopt als een rode draad door mijn leven en ik ken hem eigenlijk al vanaf de Groesbeekse tehuizen. We kwamen elkaar bij toeval weer tegen. Hij heeft twee dochters, Loes en Pleun. Die kunnen het heel goed vinden met Elfie, dus dat komt mooi bij elkaar.’

Joke, Niek, Tonnie, Willy en Riet
Het huis is niet groot. Door de inrichting ziet het er knus en gezellig uit. Boven zijn twee slaapkamers. Natasja: ‘Voor ons tweetjes is het prima. Voor een compleet gezin zou het al gauw te klein zijn. Elfie is nog even in Beuningen naar school gegaan, maar zit nu al weer een tijdje op de Aquamarijn, en dat bevalt heel goed.’

‘Het contact met de buren is prima,’ vertelt Natasja. ‘Hiernaast woont Joke, een alleenstaande vrouw. Ik denk wel eens dat ze helderziend is. Als ik het toiletpapier op heb, heeft zij het ergens gekocht, omdat ze zag dat het in de aanbieding was. Aan de andere kant woont Niek, hij is er nog maar net, maar hij past prima in de buurt. Ik ga regelmatig om met Tonnie, de vorige bewoner van dit huis. Hij ging boven de Biezantijn wonen, maar kreeg heimwee en wilde persé terug naar de Weurtseweg. Nu woont hij aan de overkant. Hij speelde vorig jaar voor spook met Halloween. Hij zat met een mes wat kinderen achterna die zich bij mij verstopte. Hij rende hier naar buiten de tuin in en viel pardoes in een teil met water. Zeiknat en onder de blauwe plekken. Hij kon er toch wel om lachen. De mensen in de buurt zijn echt behulpzaam. Willy, een oude hippie, stond meteen klaar om een bank mee naar binnen te sjouwen. Dan moet ik ook nog even Riet noemen. Zij geeft de kat vaak iets extra’s te eten. De mensen zijn behoorlijk met elkaar begaan hier’

Oranje
Nare ervaringen met betrekking tot criminele activiteiten heeft Natasja niet. Ze heeft de indruk dat mensen een beetje op elkaar letten.  De straat is druk en er wordt vaak te hard gereden. Ze heeft een klein tuintje vóór en een iets grotere lap grond achter het huis. Daar heeft ze een appel- en een kersenboom geplant. Ook de druiven doen het er goed.

Nu het Nederlandse voetbalelftal weer naar een eindtoernooi gaat, zal op een paar plekken de straat weer oranje gekleurd zijn. ‘Willy en Tonnie gaan er vast weer een wedstrijd van maken, wie zijn huis en tuin het meest en mooist oranje versierd heeft,’ lacht Natasja.

Een ongeval trekt veel bekijks op de Weurtseweg in 1930, links zit nu buurtwinkel Jan Linders (foto: Regionaal Archief Nijmegen)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.